PHILIPPE REMARQUE
'DE KRANT MOET EEN PRETTIGE HUISGENOOT ZIJN'

22-12-2010



PHILIPPE REMARQUE Zijn sociale leven ligt al sinds juli vrijwel stil. Gek eigenlijk, is-ie eindelijk weer terug in Nederland, kan hij bijna geen afspraak maken. Het hoofdredacteurschap van de Volkskrant slokt Philippe Remarque (44) volledig op. ‘Mijn hoofd is nog nooit zo vol geweest. Vol met alles wat ik nog moet doen.’ Eigenlijk voelt het als een compleet nieuw begin van zijn professionele leven, zegt hij. Hij had tot voor kort nog nooit aan ook maar één mens op de wereld leiding gegeven. Nou ja, goed, in Moskou had hij een secretaresse. ‘En die spioneerde ook nog voor de KGB’. Nu moet hij een redactie leiden van tweehonderd mensen. Alsof de baas van de eenmanszaak op de hoek opeens directeur is geworden van de Bijenkorf. ‘Ik was als correspondent geheel en al bezig voor mezelf, nu ben ik verantwoordelijk voor een grote groep mensen. Als hoofdredacteur bén je je functie. Mensen kijken opeens anders naar je. Dat heeft vreemde gevolgen. Ik merk dat ik in het pissoir niet naast iemand anders ga staan. Omdat ik me realiseer dat het vervelend kan zijn om naast de hoofdredacteur te staan. Ik zou het zelf ook ongemakkelijk vinden. Tegelijkertijd moet ik er om lachen. Want ik zie mezelf nog steeds als een jongen, als Philippe die nu toevallig de baas is.’

Hij zag de krant vanaf de eerste dag ‘als een schitterende bouwdoos waarmee ik aan de slag mag’. Daar is hij sindsdien dag en nacht mee bezig. Buiten de krant laat hij zich maar weinig zien. Een bewuste keuze, zegt Remarque. ‘Ik had het gevoel dat de hoofdredacteur soms wat teveel losgezongen was geraakt van de werkvloer, en van het maken van de krant. In mijn functieomschrijving is expliciet gesteld dat de nieuwe hoofdredacteur ook echt de krant moet maken. Dat kwam voor een deel uit de koker van de uitgever, maar het was precies wat ik zelf ook altijd heb gevonden. Dat is veel belangrijker dan al die recepties en dat netwerken met ministers en hooggeplaatsten. Ik had het er laatst over met een oud-hoofdredacteur. Die zei: “de laatste drie jaar van mijn hoofdredacteurschap was ik eigenlijk niet effectief alleen maar buiten mijn post”. Ik vroeg: “en waarom zag je dat dan later pas in?”. Hij antwoordde: “Omdat ik toen allemaal mensen om me heen had die me briljant vonden”. Daarom heb ik me heilig voorgenomen deze functie niet te lang uit te oefenen. Vijf tot zeven jaar is echt het absolute maximum. Dan komt de sleet er onherroepelijk op. Dan is je vernieuwingskracht uitgewerkt en ga je teveel naar buiten kijken.’

Waaraan kan ik als lezer inmiddels de hand van Philippe Remarque herkennen?

‘Ik hoop in de diversiteit van de onderwerpen en in de opgeruimde toon. We leggen bijvoorbeeld veel accent op kunst. Die negen pagina’s over Harry Mulisch na zijn overlijden vond ik prachtig. Of Joop van den Ende die je rondleidt in zijn nieuwe theater. Met een foto op de voorpagina en een verhaal op de drie. Een krant gaat verder dan “wat is er gebeurd in de wereld?”. Je analyses, je nieuwsopvatting en je interviews kunnen lezers een andere blik geven op het bestaan. De grootste verandering had overigens al voor mijn komst plaatsgevonden, met de overstap naar tabloidformaat. Dat gaf de redactie energie; de lezers blijken er tevreden over en de oplage is gestegen. Voor mij was er eigenlijk geen mooier moment om te beginnen’

In je eerste werkweek nam je een opvallend besluit: Jan Tromp mocht zijn presentatiewerk voor de VARA-televisie niet combineren met schrijven voor de Volkskrant.

‘Dat speelde op de dag dat ik in Washington mijn verhuisdozen inpakte. Ik heb toen vooral mijn gevoel laten spreken. De VARA moet zich van de politiek herprofileren. Daar hebben ze Jan Tromp voor uitgekozen, als links gezicht. Ik zie voor de Volkskrant niks in die linkse herprofilering. Ik wil daar vrij in zijn. We zouden er op deze manier wel automatisch mee geassocieerd worden. Dat wilde ik niet. Tegelijkertijd dacht ik: oh ja, met dit soort dingen krijg je als hoofdredacteur dus te maken. Voor het eerst moest ik een beslissing nemen over iemand anders.’

Heb je inmiddels al fouten gemaakt als hoofdredacteur?

‘Vast wel. Dan gaat het vooral om interne dingen. Ik moet nog leren hoe je dingen tegen mensen zegt. Journalistiek-inhoudelijk is er nog niet veel misgegaan. We hebben laatst een primeur uit de krant gehouden, die te maken had met het Nederlandse leger in Afghanistan. Omdat we ‘m niet doortimmerd genoeg vonden. In het verleden zijn we op dat vlak de fout ingegaan omdat we net iets te gretig waren. (Remarque doelt op een verhaal over vermeende martelpraktijken van het Nederlandse leger in Irak, uit 2006-CV). We hadden toen een goed verhaal, hebben er alleen een te enthousiaste kop boven gezet. Daar breng je de krant veel schade mee toe. Voor zulke dingen probeer ik goed op te passen.’

Het hoofdredactioneel commentaar wordt sinds kort met naam ondertekend.

‘Dat heb ik ingevoerd. Omdat ik merkte dat er achter de schermen levendig over dat commentaar gedebatteerd werd, terwijl je dat er als lezer nooit aan aflas. Het is een fictie dat een krant iets vindt. Waarom zouden we dan niet laten zien wie het schrijft?’

Daarmee wordt het een gewone column.

‘Nee. Het commentaar heeft een andere functie. Het is een korte, bondig geformuleerde mening, waar de krant waarde aan hecht.’

De krant lijkt ook wat lichter van toon te worden.

‘Een krant moet geen huiswerk zijn, maar een prettige huisgenoot. Iemand die je graag over de vloer hebt. Aangenaam maar nooit nietszeggend. Diepgang blijft een belangrijk handelsmerk. Maar bij iemand die bij binnenkomst altijd direct begint te klagen, ga je op den duur toch denken: “als het ome Joop is, doen we maar niet open”.’

Begin volgend jaar zal de krant opvallend veranderen; het tweede katern gaat grondig op de schop, ‘met het accent op onderwerpen die met de aangename kant van het leven te maken hebben: kunst, vermaak, media en modern leven.’ Daarvoor wordt een nieuwe redactie samengesteld, die deels zal samengaan met de redactie van het Magazine. Dat Magazine zal in elk geval blijven bestaan, benadrukt Remarque. ‘Voor veel mensen is dat het eerste dat ze op zaterdag lezen. Vroeger werd in de journalistiek nog wel geringschattend gedaan over persoonlijke verhalen. Maar een mooi persoonlijk verhaal raakt je als mens. En je maakt mij niet wijs dat de Volkskrantlezer niet ook een mens is.’

Het had maar weinig gescheeld of Philippe Remarque had voor NRC Handelsblad gewerkt. Begin jaren negentig vestigde hij zich als afgestudeerd Ruslandkunde-student in Moskou, waar hij correspondent werd voor de Telegraaf. Dat deed hij bepaald niet onverdienstelijk, constateerde een collega van NRC-Handelsblad. Op diens voorspraak werd Remarque uitgenodigd voor een gesprek met toenmalig NRC-hoofdredacteur Ben Knapen. Of het nou kwam omdat hij zich die ochtend bij het scheren ongenadig in zijn lip had gesneden –‘het bleef de hele treinreis naar Rotterdam bloeden’- Remarque werd niet aangenomen. Terwijl de NRC hem vanouds vertrouwd is. Toen hij op zijn twaalfde na de scheiding van zijn ouders bij zijn moeder bleef wonen, kreeg hij dagelijks die krant onder ogen. ‘Door de NRC ben ik een enorme krantenlezer geworden. Pas later leerde ik de toegankelijke en menselijke benadering van de Volkskrant waarderen.’

Je zei in een interview in De Morgen: 'NRC' lezen blijft toch een beetje als rondlopen op een diplomatenfeestje: het gaat er wat stijfjes aan toe. 'De Volkskrant' is meer een bruine kroeg, een stuk gezelliger en menselijker’.

‘Ik ben op heel wat van die diplomatenfeestjes geweest. Altijd interessant, maar ook zeer beheerst. De Volkskrant is een levendig café waar mensen heus wel eens iets raars roepen, maar waar je je wel thuis voelt. Daar voel ik me goed bij. Ik heb ook een vrouw die nooit een blad voor haar mond neemt.’

Hoe is dat eigenlijk om je eigen vrouw, Sylvia Witteman, op de loonlijst te hebben staan?

‘Er was een gek moment toen Sylvia na een afwezigheid van een paar maanden weer terugkeerde in de krant. Ik vond dat we een quote van haar op de voorpagina moesten zetten. Zo zouden we dat met Aaf Brandt Corstius ook doen. Mijn avond chef had dat niet zelf bedacht, dus ik liep even naar hem toe om het te zeggen. Toen voelde ik me wel even een colporteur van mijn eigen vrouw. Maar goed, Sylvia heeft volkomen zelfstandig een enorme naam opgebouwd. Ze is een merk op zichzelf.’

Al figureert “huisgenoot P” minder vaak in haar columns.

‘Die “P” speelt de klassieke rol van de sukkelige echtgenoot in het huishouden. Dat is de dramaturgie van haar stukken. Ik heb me daar nooit ongemakkelijk bij gevoeld.’

Ze kennen elkaar al dertig jaar, van het Stedelijk Gymnasium in Haarlem. Samen hebben ze drie kinderen (Charlotte van 12, Wolf van 9 en Louis van 6) Witteman ging ook mee tijdens zijn correspondentschappen in Rusland, Duitsland en Amerika. Op reportage-reis in Tsjetsjenië bracht het tupperware-doosje met door haar meegegeven gehaktballen vertroosting. ‘Ze dacht: wie naar de oorlog gaat moet wel goed eten.’ Het bevalt haar maar matig om weer terug te zijn in Nederland. ‘Ze vindt het leven in het buitenland leuker, omdat je daar eigenlijk niks met je eigen leven te maken hebt. Je familie, je vaderland zie je van een afstand. Terwijl je van het land waar je woont alleen maar de leuke dingen meepikt. De vervelende dingen laat je links liggen: “ach, die gekke Amerikanen”.’

Ben je na drie correspondentschappen niet te lang uit Nederland weggeweest om zo’n krant goed te kunnen leiden?

‘Het is ook een voordeel om een relatieve buitenstaander te zijn. Maar ik heb voordat ik naar Amerika ging nog drie jaar op de Haagse redactie gewerkt. Toen hebben we Nederland volop meegemaakt.’

De positie van de krant is door allerlei factoren zwaar ondermijnd. Groot nieuws wordt bijna nooit meer door kranten gebracht.

‘Er is veel meer concurrentie. Maar het blijft een feit dat wij veel dieper graven dan nieuwsbronnen op internet. Voor de filtering en duiding van WikiLeaks berichten blijken de kranten hard nodig. Juist nu de informatiestroom zo groot is, hebben mensen meer dan ooit behoefte aan duiding. En we brengen nog heel veel nieuws als eerste.’

Je bent aangesteld door Christian van Thillo. Dat is een lastige positie; bij problemen moet je je redactie beschermen tegen de hand die je benoemd en gevoed heeft. ‘Ik ben unaniem voorgedragen door een commissie met drie redacteuren. Met Van Thillo zijn wij in handen gekomen van een uitgever die er voor lange duur in zit. Die ons als dé kwaliteitskrant van Nederland wil laten uitgroeien. Laat dat nou precies zijn wat de redactie en ik ook willen.’

Maar een uitgever zal altijd zeggen: “kan het niet goedkoper, met minder mensen?”

‘Wij zijn gewoon een commercieel product. Maar ik geloof echt dat Van Thillo gevoel heeft voor kranten en heel graag wil dat wij het als krant goed doen. Wij staan schouder aan schouder om er een betere krant van te maken. De redactie is heilig, maar dat geldt niet voor ieder individu op de redactie. Het is niet mijn opdracht om iedereen die bij de Volkskrant werkt tot in lengte van dagen bij de redactie te houden. Het is mijn taak om een voor de lezer zo interessant mogelijke krant te maken. Mijn belang ligt eerst bij de lezer, dan bij de redactie. Wie bij ons werkt, moet een eredivisiespeler zijn. Reken maar dat ze bij topclubs ook doorlopend naar hun spelers kijken.’

Hebt u voor uw gevoel al een Barcelona op het veld staan? Of toch eerder Telstar?

‘Af en toe zit er een Telstar-dagje tussen. Maar in het algemeen spelen wij binnen Nederland met Barcelona. Het komt voor dat ik de krant lees en denk: “Hier zit alles in wat een goede krant nodig heeft: eigen nieuws, goede analyses, prachtige fotografie en pakkende interviews”. Dan spelen we echt zoals Barcelona laatst tegen Real Madrid.’

© Coen Verbraak, 2010