JOOP VAN DEN ENDE
'DE OPTELSOM IS: IK BEN BEST EEN KEURIGE MAN'

27 januari 2001


De mislukking van TV10, de eerste commerciële zender, was 'goedbeschouwd al een soort breekpunt'. Anderhalf jaar geleden volgde de echte burn-out van Joop van den Ende. Een gesprek over commerciële platvloersheid, de spermashow, zijn vader en het succes. 'Die business-strijd heb ik nodig. Anders vind ik er niets aan. Succes is de ultieme drijfveer.'

In oktober vorig jaar hield Joop van den Ende een toespraak voor de dertig managers van zijn theaterbedrijf Stage Holding. 'Ik heb ze een uur lang staan motiveren, voodat we gingen eten. En ik voelde weer een enorme kracht. Zo van: als we een voetbalteam waren geweest, zouden we nog vanavond wereldkampioen hebben kunnen worden. Mijn vrouw zei na afloop: "Joop, je bent weer beter". Een geweldig moment: ik bén er weer. Als ik eraan denk kan ik nog volschieten.'

Want hij was na zijn burn out, in oktober 1999, vaak genoeg bang geweest dat hij er niet meer bovenop zou komen. 'Ik zat echt behoorlijk in de verkeerde hoek', vertelt hij, op zijn werkkamer van zijn nieuwe kantoor, in de voormalige Boerhaavekliniek in Amsterdam. Alles is er nog fonkelnieuw; de vergadertafel, de diepe fauteuils, de zwarte bank die kloek afsteekt bij het smetteloos witte tapijt. Hij oogt ontspannen, ondanks het feit dat onze gesprekken plaatsvinden ingeklemd tussen nog tien, twaalf andere afspraken. 'Mooi tapijt', zeg ik. Nog geen drie minuten later stoot ik mijn beker koffie om. De zwarte vlek verspreidt zich razendsnel in venijnig meanderende vertakkinkjes over de vloerbedekking. Van den Ende blijft onverstoorbaar glimlachen, schenkt hoffelijk een nieuw kopje in. 'Volgend jaar een nieuw tapijt erin. De fabrieken moeten ook draaien.'

Hij is er weer, teruggekomen 'van behoorlijk ver'. 'Ik heb mijn eigen Olympische Spelen gewonnen.' Eigenlijk was hij al anderhalf jaar voor die burn out niet in orde. Sneller aangebrand, vaker geïrriteerd. Veel ruzie ook, 'overal, met iedereen'. Thuis was er nog wel enigszins begrip voor. 'Maar in een beursgenoteerd bedrijf kan zoiets natuurlijk niet.' Zijn vrouw wees hem er wel op, en ook John de Mol drukte hem geregeld op het hart beter om zichzelf te denken. 'Als ik 's avonds thuiskwam moest ik mezelf echt de trap ophijsen. Zo moe, zo kapot. Werkdagen van zestien, achttien uur, zeven keer per week. En altijd die druk, die verantwoordelijkheid. Want het moet af. Je had het toch belóófd? Aan je werknemers, aan de beurs, aan jezelf. Heel geleidelijk gaat de grond onder je voeten scheuren. Je begint te twijfelen aan jezelf, aan je beslissingen. Was dat programma dat ik net had verkocht nou wel zo goed? Dat had ik nooit eerder gehad.'

Uiteindelijk barstte de bom, en moest zijn chauffeur hem op weg naar een afspraak halsoverkop naar huis rijden. Benauwd. Hartkloppingen. Van den Ende moest ogenblikkelijk rust nemen, was vervolgens een paar maanden uit de roulatie. 'Ik had een krankzinnig hoge bloeddruk. En het gekke was: de dag nadat ik besloten had te stoppen met televisie bleek mijn bloeddruk op slag weer perfect.' Die televisie was een molensteen geworden. 'Johnny Kraaykamp zei dat letterlijk bij mijn afscheid: "je hebt die rugzak met stenen afgedaan. Wel lullig voor John (de Mol), want die heeft er nu twee".' Niet dat hij die televisie niet leuk vond. Hij heeft het altijd een fantastisch vak gevonden, benadrukt Van den Ende. 'Ik heb het met waanzinnige overgave gedaan. Ik heb zelfs mijn vrouw in de studio ontmoet. Maar er komt een moment dat je weg moet. Dan is het gewoon over.'

Er is ook niet één moment aan te wijzen waarop hij er genoeg van had. Eigenlijk, analyseert hij, begon het al bij TV10. 'Dat is goedbeschouwd een soort knakpunt geweest. Ik had exact in mijn hoofd hoe ik het wilde. Als je de namen zag die er bij betrokken waren, zag je direct dat er grote bedoelingen achter zaten. Maar goed, TV10 is mislukt. Toen heb ik noodgedwongen moeten kiezen voor CLT. Maar inhoudelijk is het bij RTL niet gegaan zoals ik wilde. In voetbaltermen heb ik eigenlijk tien jaar in een team gespeeld waar ik mij niet thuis voelde. Het was absoluut geen dreamteam. Maar ik ben een dienstbare speler, ik gá er toch voor. Ik heb mijn vak geleerd bij de publieke omroep, daar kom ik uit voort. Maar opeens mocht ik er niet meer bij zijn. Omdat vooral iemand als Marcel van Dam opeens zo nodig het baasje moest spelen. Daarmee heeft-ie mij geïsoleerd, veroordeeld tot uitsluitend dat andere team.'

Wilt u zeggen dat u tien jaar lang iets gedaan heeft waar u niet in geloofde?

'Oh nee, dan ken je me niet. Ik heb tien jaar lang als een gek geprobeerd dingen te veranderen.' Laat-ie een voorbeeld geven. Hij had met anderen het idee bedacht voor Westenwind, bedoeld als late night soap, van maandag tot en met vrijdag steeds om tien uur, half elf. 'Daarmee hadden we het marktaandeel van RTL-4 kunnen opkrikken. Want tussen tien en twaalf verloor RTL alles wat ze in de vooravond hadden opgebouwd. Ik zei: als je om tien uur een sterke soap neerzet, gevolgd door Barend en Van Dorp en het RTL-nieuws, zit RTL-4 voor de komende jaren weer helemaal goed. Pieter Porsius zag het zitten. Maar ja, Bert van der Veer zag het niet als zijn idee, dus dan gebeurde het niet. En de aandeelhouders daarboven wilden mij niet weer een time slot geven waar ze nooit meer vanaf zouden komen. Want van Goede Tijden Slechte Tijden komen ze natuurlijk ook nooit meer af.' Proestend van het lachen: 'Mijn taak binnen Endemol was voornamelijk projecten bedenken waar ze niet meer vanaf kwamen.' Die andere programmering zou RTL4 een marktaandeel van twintig procent hebben opgeleverd, weet Van den Ende zeker. 'En welke zender droomt daar niet van, op dat tijdstip?'

Maar programmadirecteur Bert van der Veer droomde daar toch ook van?

'Nee, want hij werd er tevens door gelimiteerd in zijn programmering eerder op de avond. Dan moet alles om tien uur, half elf zijn afgelopen.'

Barend en Van Dorp zitten ook op een vast tijdstip.

'Ja, maar dat was een idee van Bert zelf. En dan golden er opeens andere regels. Dat neem ik hem niet kwalijk, hoor. Het is alleen nogal dom. En zo zou ik nog wel een dagje kunnen doorvertellen. Als je toch zo'n marktleider bent, en je laat het zó uit handen lopen… dat is wel erg zonde.'

Zelf heeft hij de laatste anderhalf jaar weinig televisie gekeken. Bewust, om zich makkelijker los te kunnen maken van het medium. Ik vraag wat de reden was voor zijn geruchtmakende uitspraken destijds in de Volkskrant. 'Daar kan ik niet op antwoorden', zegt hij geheimzinnig. 'Ik heb het bewust gedaan, laat ik het zo zeggen. Ik heb mijn strategieën'

Het was net of Rinus Michels zei dat hij nooit wat aan dat voetbal had gevonden.

'Mensen luisteren niet goed. Ik heb niet gezegd dat die hele commerciële televisie vies en smerig is, het ging om de bedoeling daarachter. Ik vind dat je als overheid niet kunt zeggen: met die commerciële televisie hebben we niks te maken. Vijftig procent van de bevolking kijkt vooral naar de commerciële omroep. Daarmee is dat medium ontzettend belangrijk. De overheid heeft daar dus absoluut een verantwoordelijkheid in. Als je kijkt naar wie er bij TV10 door mij gecontracteerd waren; ik had Frits Spits en Koos Postema aangetrokken, heb gesprekken gevoerd met Paul Witteman. Ik had er een mix van willen maken, met eerst een goede soap en daarna een mooi informatief programma. Je hebt als televisiemaker namelijk ook een verplichting. Het gaat niet alleen om geld verdienen; je kunt ook geld verdienen met een zorgvuldige mix. In het begin van RTL4 vroeg Rik Rensen (toenmalig hoofdredacteur van het RTL-nieuws) aan mij: "Kun je me helpen om in Luxemburg onze budgetten te verdedigen?" Ik heb vervolgens net zo hard gevochten voor het budget van het RTL-nieuws als voor mijn eigen programma's. Feitelijk had ik er zelf niks aan, maar inhoudelijk natuurlijk wel. Want een goed journaal geeft aan jouw programma ook meer waarde. Dezelfde programma's die ik een half jaar eerder nog maakte voor de publieke omroep waren bij RTL4 inhoudelijk minder. Die waren ze objectief gezien niet, maar de omgeving was het wel.'

Maar het soort programma's waar u zich over opwond kwam voor een belangrijk deel uit uw eigen keuken.

'Dat is niet waar. Ik heb in mijn leven ontzettend veel verschillende programma's gemaakt. Vaak heel goede amusementsprogramma's. Ieder jaar zaten er wel twee grote hits bij; van

Citroentje met suiker tot Dagboek van een herdershond en Westenwind.

De meeste succesvolle comedy's van de laatste tien jaar komen bij mij vandaan. Goed, er zat weleens een minder leuke bij. Maar ik vind niet dat ik sta voor alle platte programma's die er zijn.'

U bent bijvoorbeeld wel de producent van de programma's van Wilibrord Frequin. 'Het is een beetje mode geworden om elkaar na te praten over Wilibrord Frequin. Altijd komen ze weer met dezelfde voorbeelden aan. Wéér dat achternalopen van Emily. Goed, dat was ook zeker niet mijn favoriete item. Ik heb vaak tegen Wilibrord gezegd: probeer wat meer journalistiek te zijn. Maar hij vindt dat soort dingen leuk. En we leven in een vrije wereld. Of je het nou lage of hoge journalistiek vindt: de journalistiek moet zijn eigen verantwoordelijkheid dragen.'

Maar uw naam staat wel op de titelrol.

'Ik wil je best bekennen dat ik daar wel een paar keer over heb nagedacht. Maar ik heb het zo gelaten, omdat ik het lullig van mezelf zou vinden om 'm ervan af te halen. En ik vind Frequin wel degelijk een interessante figuur. Het kan jouw soort programma niet zijn, maar er is wel degelijk een groep kijkers die precies begrijpt wat hem bezielt. Die mensen kijken echt niet naar de VPRO en Witteman. Moeten die mensen dan alleen maar Jerry Springer krijgen? Zorg alleen dat je na Frequin iets uitzendt waarmee diezelfde groep iets anders te zien krijgt. Meer heb ik niet bedoeld met mijn opmerkingen.'

Het idee voor een mogelijke spelshow met de titel Ja ik wil een spermadonor vond hij in elk geval 'volstrekt verwerpelijk'. 'Als thema voor een journalistiek programma is het heel geschikt, als onderwerp van een spelshow zou het idioot zijn.' Van den Ende zat twee weken geleden in de auto, op weg naar huis, toen hij voor het eerst van het plan hoorde bij NCRV Praatradio. 'Ik zat achterin een beetje te dutten toen ik opeens mijn naam hoorde noemen. Ik vroeg aan mijn chauffeur waar het over ging. Oh, iets over sperma. Sperma? Met mijn naam? Wat had ik nu dan weer gedaan? En toen hoorde ik wel twintig mensen op mij foeteren: ja, die Joop van den Ende moest echt niet denken dat-ie alles maar kon doen. Als zo'n presentator dan tenminste nog zou zeggen: "ho ho, het is niet Van den Ende persoonlijk, hoor, het is het bedrijf waar hij al lang niet meer zelf werkt". Maar nee, niets daarvan. We gaan lekker die Van den Ende aanpakken. Mooi onderwerp toch?

Ik heb als een gek zitten bellen, maar ik kwam er niet doorheen. Uiteindelijk heb ik de NCRV-portier gebeld, en werd ik doorverbonden met de studio. Hoorde ik ze opgewonden fluisteren: "Joop van den Ende… we hebben Joop van den Ende aan de lijn!"Ik dacht: oh God, weer van die types die het leuk vinden om mij een oor aan te naaien. Toen heb ik in de uitzending heel helder gezegd dat ik het een walgelijk idee vind, en dat ik mij niet kon voorstellen dat het een idee voor een spelshow was. Ik heb daarna direct Marijke Schaaphok gebeld, en gezegd dat ik hoopte dat het niet klopte. Want mijn naam staat nog wel steeds op die gevel. Marijke zei: "Joop, ben je gek. Het is allemaal in een soort idiote sensatie naar buiten gekomen". De Volkskrant had zich nota bene gebaseerd op een bericht in de Story!'

Dus die spelshow komt er definitief niet?

'Nee, natuurlijk niet. Dat kan ik mij gewoon niet voorstellen.'

Die burn out en het herstel boden hem volop de gelegenheid tot contemplatie 'Als je gewend bent om zestien uur per dag te werken, en opeens stop je daarmee, dat gaat de machine lopen. Dat gaat het malen in je hoofd. In zo'n periode van depressie word je teruggeworpen op de oorsprong van je bestaan.' Wat voor man hij zag toen hij omkeek? Hij antwoordt uiterst serieus. 'Allereerst was ik verbaasd: mijn God, wat heeft die vent een tomeloze energie gehad, wat heeft-ie allemaal klaargestoomd vanuit het niets. Want in het begin was er niets, echt helemaal niets. Dat er dan dertig jaar later zo'n bedrijf staat… Wat ik verkeerd vond aan mezelf is dat ik gemorst heb met mijn tijd. Ik ben te lang met dingen bezig geweest die ik niet had moeten doen. Maar uiteindelijk denk ik dat ik goed voor mensen en voor mijn bedrijf gezorgd heb.

Ik heb John geen bedrijf nagelaten met lijken in de kast. Integendeel, het is een bedrijf met toekomst. Natuurlijk is niet alles prachtig geweest, maar de optelsom is toch: best een keurige man. Wel met emotionele fouten, verkeerde beslissingen en ook lelijke dingen achter z'n naam. Maar er zijn veel hoogtepunten geweest: Cyrano de Bergerac met Ko van Dijk, Cyrano op Broadway, de premiêre van Les Miserables in Carré, de bekroning van de comedy Vrienden voor het Leven. Dat was het eerste succes na TV10. Toen begon de victorie weer.' Nog steeds is het mislukken van dat commerciële tv-project, in 1989, terugkerend onderwerp van gesprek. Niet zo gek, vindt Van den Ende; het is het spannendste moment in zijn loopbaan geweest. 'De studio's stonden leeg, zo'n driehonderd mensen stonden te wachten tot ze aan de slag mochten. Dat is uiteindelijk de zwaarste klap in mijn carrière geweest. Ik heb toen echt getwijfeld: kom ik hier ooit nog levend uit?'

Het mislukken van Sport7 was duidelijk minder dramatisch, zegt hij. 'Daar ben ik veel minder kapot van geweest. Natuurlijk zaten John en ik daar samen in. Maar emotioneel was het John z'n kindje. De vergadering waarop de zender definitief werd opgeheven is heel belangrijk geweest voor de relatie tussen John en mij. De ontwikkeling van John de Mol, de diepte in zijn functioneren als directeur van een international, is daar gelegd. Ikzelf had op dat moment al het TV10-echec in mijn rugzak, maar John had nog nooit werkelijke debacles meegemaakt. Sport7 was zijn eerste openlijke verlies. Ik vond het verschrikkelijk dat het gebeurde, maar ik zag ook de postieve kant ervan. Ik zei tegen John: luister jongen, het is vreselijk, maar het geeft je wel bagage. Uiteindelijk hebben we toen besloten om het eruit te kopen. Vonden ze bij de bank geweldig. Ze hebben ons daarna ook heel prettig begeleid.'

Sommige mensen die u goed kennen zeggen: die burn out ontstond niet door hard werken, maar doordat Joop opeens geen baas in eigen baas meer was. Daar kon hij niet tegen.

De opmerking ergert hem merkbaar. 'Oh nee, daar ben ik het totaal niet mee eens. Dat zou betekenen dat ik jaloers zou zijn op John. Ik ben helemaal geen alleenheerser, ik ben juist een coach. Ik heb zeker de eerste jaren, John zal dat beamen, heel erg geprobeerd om hem te coachen. John was bijvoorbeeld niet dol op spreken in het openbaar. Dus bij onze eerste persconferentie duwde ik juist hem naar voren om het woord te doen. Ik heb hem geholpen over een soort verlegenheid heen te stappen, heb hem gepushed naar het middelpunt toe. Ik heb hem ook zelf gevraagd om alléén voorzitter te worden. Omdat ik in mijn elftal de beste voorop wil. De keus om samen te gaan werken met John is een heel goede beslissing geweest. Het heeft mij nieuwe gezichtspunten opgeleverd.

Toen ik de Soundmixshow nog maakte voor de KRO kwam het niet in mij op om de winnaar een contract aan te bieden. Dat was in de ogen van (KRO-programmaleider) Warry van Kampen en later Gerard Hulshof streng verboden belangenverstrengeling. Zoiets dééd je niet. John de Mol heeft absoluut geen last van dat soort ballast. Die is veertien jaar jonger en zegt gewoon: "man, waar héb je het over? Ik heb een bedríjf. We hebben iets gecreëerd wat een hit is. Zou ik daar dan niet de revenuen van mogen plukken?" Dat was voor mij heel verfrissend. Ja verdomd, hij heeft gelijk. John zei ook: "trouw aan een omroep is prachtig, maar is die omroep dan ook trouw aan ons? Er telt maar één ding: wij hebben een bedrijf, en dat moet zegevieren". Dat heeft mij veel zakelijker gemaakt. Toen wij fuseerden was het bedrijf van John kleiner dan het mijne, maar boekte wel een hogere nettowinst. Dat had daar mee te maken.'

'Ik ben de afgelopen dertig jaar heel erg veranderd. Vroeger was ik volkser, in smaak. Tussen de grapjes en scênetjes van André van Duin en de dingen die ik nu doe zit een groot verschil. Je groeit, in smaak, in de inrichting van je kamer, in de schilderijen aan de muur. Ik ben veel zekerder van mezelf geworden. Tot mijn tweeënveertigste heb ik geen woord Engels gesproken. Ik heb heel lang gedacht dat je zoiets niet kunt inhalen. Totdat ik ging inzien dat iederéén wel een achterstand heeft. Goed, ik heb weinig opleiding gehad, maar mijn loopbaan is waarschijnlijk evenveel waard als welke universitaire opleiding dan ook.'

Hij heeft er lang mee geworsteld. 'Maar twee, drie jaar geleden begon ik dat in te zien. Ik heb tijdens mijn ziekte heel veel nagedacht over mezelf; over waar ik vandaan kom, waar ik naar toegegroeid ben. Opeens was ik bijvoorbeeld heel sterk met mijn vader bezig. Dat was jaren niet zo geweest. Ik ben nu achtenvijftig, even oud als hij geworden is. Dat realiseerde ik mij plotseling heel scherp. Toen hij overleed was ik achttien. Ik heb eigenlijk van mijn twaalfde tot mijn achttiende afscheid van hem genomen. Tot mijn twaalfde zat ik op voetbal. Ik vond er niks aan, maar ik deed het voor mijn vader. Hij vond het prachtig. Maar op mijn twaalfde werd ik lid van de kindertoneelvereniging, omdat ik dat veel leuker vond. Hij vond het echt verschrikkelijk dat ik dat voetballen opgaf. Toen ik op mijn vijftiende op het decoratelier van de Nederlandse Opera ging werken, had-ie het gevoel dat het nu definitief niet meer goed kon komen met mij.

Tijdens mijn ziekzijn moest ik weer heel veel aan hem denken. Mijn vader is gestorven aan een hersentumor. Door mijn ziekte had ik veel hoofdpijn, dus dat werd een enorme angst voor me. Het verbaasde mij ook dat ik mij zo weinig kon herinneren van mijn jeugd. Ik begon erover te praten met mijn zus van drieënzeventig, ging haar gewoon uithoren. Vertel er 'ns over, ik weet bijna niets meer. Het kan geen toeval zijn dat ik later met al die artiesten -van André van Duin tot Ko van Dijk en Mary Dresselhuys- in feite mijn eigen familie ben gaan creëren. Dat is toch een soort compensatie geweest.'

Onlangs zag hij ze allemaal nog 'ns aan zich voorbijtrekken, op de tentoonstelling Joop van den Ende; Koopman in Illusies in het Theaterinstituut. Met dat eerbetoon in een officieel instituut was zijn glorie wel compleet, schreven de kranten. Zeker, Van den Ende wás vereerd. Daarom: geen kwaad woord over dat 'sympathieke initiatief'. Hij wil absoluut niet ondankbaar zijn. Hij gaat toch geen gegeven paard in de bek kijken? Nou dan. Goed, hij zou sommige dingen anders gedaan hebben. Dat is nou eenmaal zijn vak. 'Ik kwam daar, twee dagen voor de opening. Hadden ze een videoband waarop Willem Nijholt een interview deed; vijfentwintig minuten alleen two shotser niet Geen fragmenten, niks. Verderop hadden ze wel fragmenten; één toneelfragment, één fragment André van Duin… en allemaal de verkeerde; niet leuk, niet representatief. Ik ondertussen maar roepen: oh wat mooi, maar mijn vrouw zag het direct aan mijn gezicht. Het zweet brak mij uit. 's Avonds heb ik Guus Verstraete opgebeld: Guus, bel een editor, hier heb je de banden, maak drie banden van elk twintig minuten die léúk zijn. Dat is toen allemaal in één nacht gebeurd. En die draaien daar nu. Waren ze nog hoogstbeledigd: "ja, wij denken nou eenmaal vanuit een ander niveau dan u".'

En dan, tegen zijn assistent Maarten van Nispen: 'Het zegt toch niets? Is dan mijn karakter als producent naar voren gekomen? Is duidelijk geworden wat de betekenis is geweest? Wat die musicals hebben betekend voor de Nederlandse Opera? De prijsstelling van het gesubsidieerde theater is door mij veranderd. Dat vind ik een ijkpunt. Je ziet dat de Nederlandse Opera sindsdien vernieuwd is. Kijk naar het ballet, dat zie je naar beneden sodemieteren. Mijn voorstellingen zien er vaak beter uit dan die van het Nationaal Ballet. Dat kan toch niet wáár zijn met die bak subsidie die ze krijgen? Dat soort dingen had ik willen zien en horen. Wat heeft het nou voor zin om alleen producties op te sommen.'

Hij vindt zichzelf een geluksvogel, zegt Van den Ende. Welke ondernemer krijgt op zijn achtenvijftigste nou de kans om weer helemaal opnieuw te beginnen? 'Ik loop over van de plannen. Ik kan nu een Europees bedrijf van de grond tillen op theatergebied. Zo'n constructie als met het Circustheater is uniek in Europa. Dat ga ik nu ook in Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje doen.'

Het moet nog altijd groter en groter?

'Ja, natuurlijk. Wat het einddoel is? Uiteindelijk wil je succes hebben. Ik heb een talent gekregen, kan echt genieten als ik zie dat we in een heel gesloten land als Duitsland in één jaar vier theaters verworven hebben. Die business-strijd heb ik nodig. Anders vind ik er niets aan. Succes is de ultieme drijfveer.' Daarnaast is er de VandenEnde Foundation, het fonds voor jonge kunstenaars. In mei zullen op een persconferentie verschillende projecten worden toegelicht. 'De vraag is nog of je als fonds zelf projecten moet uitzetten of juist moet wachten op wat zich aandient. Ik hoop dat het grootste deel van het geld -jaarlijks twintig miljoen gulden- zal worden besteed vanuit eigen visie.' Ja, het is een rare gedachte, erkent hij, dat hij bij de tien rijkste Nederlanders hoort. Maar denk niet dat hij de hele dag de beursberichten in de gaten houdt. ''Mijn zuster vraagt weleens bezorgd: "kun je het echt niet weer allemaal kwijtraken?"Omdat ze niet kan bevatten dat haar broertje dat geld heeft. Ik kan het zelf amper bevatten.'

'Als ik terugkijk heb ik momenten dat ik denk: godverdorie Joop, je hebt het best goed gedaan allemaal. Maar laatst liet ik iets verbouwen aan mijn huis. Ik vind het als voormalige timmermansleerling altijd leuk om met die mannen te kletsen. Lekker lachen, een schuine bak vertellen, weer even Joop van vroeger zijn. Dan kan ik opeens jaloers zijn: ik wou dat ik om vier uur mijn gereedschapskist kon inpakken en lekker naar huis kon gaan. Je bestaan is zoveel overzichtelijker: je enige zorg is dat schrootjesplafond, en of dat kozijn wel waterpas is. Daar kan ik soms stiekem naar terugverlangen.'

© Coen Verbraak, 2001