|
PAUL DE LEEUW
|
Paul de Leeuw wilde niet voor niets juist de musical Foxtrot doen, had hij tegen Ivo de Wijs gezegd. ‘Wat Strangers in the night voor hetero’s is, is Sorry dat ik besta voor ons.’ Vanmiddag zal de eerste volledige lezing van de musical plaatsvinden. Een spannend moment, voor de acteurs, maar ook voor regisseur Ruut Weissman. Vooral omdat hij de bewerking van de oorspronkelijke tekst van Annie Schmidt door Ivo de Wijs nogal heeft ingekort. ‘Het is niet veel, hoor’, bezweert Weissman de tekstschrijver. ‘Nee’, valt Paul de Leeuw hem bij. Breed grijzend. ‘Echt Ivo, het zijn maar een páár dingetjes.’ Zittend naast elkaar, op een geïmproviseerd podium in de donkere hal van de Schram Studio’s in Amsterdam-Noord, lezen alle acteurs hardop hun rol. Liedjes die al gerepeteerd zijn, worden gezongen, de andere worden opgelezen. En toch klinkt die eerste lezing al verrassend goed. Na afloop veert Ivo de Wijs op van zijn stoel, luid applaudisserend. ‘Fantastisch jongens, het wordt hartstikke goed.’ Maar Ruut Weissman tempert de euforie. ‘De niet-muzikale dingen zijn nog niet goed. De verloven voor morgen zijn ingetrokken.’Paul de Leeuw is na afloop zichtbaar tevreden. De bruine ogen twinkelen achter de ronde brillenglazen. Foxtrot is echt een Hollandse musical, zegt hij. ‘Met meer tekst en muziek dan dans en show. De teksten van Annie Schmidt horen bij de Hollandse folklore.’ De Leeuw was zelf de initiatiefnemer van de heropvoering van de musical uit 1977. ‘De muzikale nummers in Foxtrot zijn de beste die Annie Schmidt heeft gemaakt. Met de liedjes uit Heerlijk duurt het langst had ik minder. Dat was vooral een relatiekomedie. Foxtrot is meer cabaret; er worden echt dingen in gezegd.’ Musical, columns, boeken, toneel; Paul de Leeuw (39) is weer vrij om te doen wat-ie maar wil, zonder de molensteen van wekelijks vier keer Laat de Leeuw om zijn nek De hoge frequentie drukte zwaar op de presentator en zijn redactie. ‘Het was keihard werken. Bijna alles wat we binnenkregen aan onderwerpen námen we ook. Vaak heel goede onderwerpen en leuke gasten, hoor. Maar je kon minder kritisch zijn dan wanneer je één programma per week maakt.’ Hij ging niet onder dat lagere soortelijk gewicht gebukt. ‘Laat de Leeuw was toch een soort “per ongeluk-televisie”; leuk, maar niet iets om voor thuis te blijven. Dat was een groot verschil met De Schreeuw van De Leeuw.’ Hij is in elk geval voorlopig verlost van het eindeloze gerommel op Nederland 3. Vorig jaar richtte De Leeuw in NRC-Handelsblad zijn pijlen nog op netmanager Tom Kamlag, die er in zijn ogen bitter weinig van terechtbracht. Het ging hem niet specifiek om Kamlag, zegt hij. De Leeuw wilde vooral het rampzalig gebrek aan samenwerking op Nederland 3 aan de kaak stellen. ‘Ik vind dat die omroepen moeten erkennen dat ze absoluut niet kunnen samenwerken. En Kamlag kan er niet veel aan doen dat er door de omroepen zo weinig wordt aangeboden.’ Nee, voor hem ligt er in dat opzicht geen schone taak, zegt De Leeuw stellig. ‘Ik vind het leuk om een klein talkshowtje te ontwikkelen voor AT5, of om programma’s te bedenken voor de VARA. Zolang het maar vrijblijvend is. Daarom ligt die baan van creatief adviseur mij heel goed. Ik denk wat mee, maar ik kan zo het pand weer uit. Ik hoef mij niet druk te maken omdat Beggars and Choosers verkeerd geprogrammeerd staat.’
De VARA kampt met het probleem dat bijna alle gezichtsbepalers flink op leeftijd zijn: Sonja Barend is eenenzestig, Paul Witteman vijfenvijftig en Jack Spijkerman drieënvijftig. Dat is een erg smalle basis voor de toekomst.
Het rare is dat BNN ook nauwelijks een impuls heeft gegeven.
Je zou eerst toch nog voor ze gaan werken. ‘De hele televisiecultuur is veranderd. Ik moet nu aan managers van vijfendertig uitleggen waarom iets leuk is. Natuurlijk moet er binnen een bedrijf management zijn. Maar er is een wezenlijk verschil tussen “management” en “creativiteit”. Ik kan met weemoed terugdenken aan de tijd van De schreeuw van De Leeuw. Maandagochtend met z’n vieren om de tafel: wat gaan we doen? En de maandag daarop dan weer bij de VARA-leiding moeten komen: “ja, wat jullie nu gedaan hebben kan dus echt niet”. Ik denk dat er weer behoefte is aan zo’n programma. Ik zou het zelf wel weer willen maken, samen met Cor Bakker. Een programma als De schreeuw van De Leeuw zou nog steeds kunnen. Het zou alleen wel anders zijn dan toen. Je kunt van mij niet verwachten dat ik nog met condooms ga lopen klooien. Maar ik merk dat ik de laatste tijd weer bóós ben. Het wordt hoog tijd om dat vreselijke Spoorloos onderuit te halen, om ‘ns wat te doen met die Marokkaanse hangjongeren. Er is genoeg waarvan ik denk: daar moet ik iets over verzinnen. Maar dan ga ik er natuurlijk geen vijftien maken. Hooguit vier of vijf. Dan zien we wel weer verder.’
Waarom is het experiment met Marc-Marie Huijbregts mislukt?
Hoe komt het dat de samenwerking met Hans Kesting in “Ouwe Jongens” is tegengevallen?
Ik breng de kritiek van Kees Prins van Jiskefet ter sprake, die vorig jaar in de Volkskrant ongenadig naar Paul de Leeuw uithaalde. Prins noemde De Leeuw ‘een cliché van zichzelf.’ ‘Hij zegt zoiets als: ''Geef op die microfoon, anders ga je maar naar Oostenrijk''. Daar moet iedereen vréselijk om lachen, omdat ze denken: hij zal wel verwijzen naar Haider. Of hij kakelt: ''Ja, daar had Loekie Knol ook al last van''. Totáál lege opmerkingen waarvan het publiek denkt: hij heeft vast iets intelligents gezegd! Ik snap niks van Paul de Leeuw, van die verheerlijking. Zijn publiek reikt amper verder dan nichten en Hema-verkoopsters .[..] Ziet dan niemand dat het alleen maar opgeklopte lucht is?’ Een ongekend harde aanval, zeg ik, voor wie bedenkt dat Prins het tweede theaterprogramma van De Leeuw regisseerde, en met hem acteerde in de tv-comedy Seth & Fiona ‘Natuurlijk is zoiets niet leuk om te lezen’, reageert De Leeuw diplomatiek. ‘Maar ik heb één sterk punt: ik ben niet zo rancuneus. Ik ga het direct aan. Ik dacht: of hij was knalbezopen of er is iets anders gebeurd. Dus heb ik Kees een brief geschreven: “ik begrijp het gewoon niet goed. Je hebt nota bene mijn programma geregisseerd. Wat je ook van mij vindt: ik vind jóu nog steeds ongelofelijk goed”. Kreeg ik een brief van hem terug: ja, er was zoveel niet goed geciteerd in het stuk, dat-ie het maar had laten zitten. Dat vond ik nogal zwak.’ Maar Prins had niet helemaal ongelijk, vindt De Leeuw. ‘Op een bepaalde manier wás ik gemakzuchtig. Daar kan ik mij dus wel iets bij voorstellen.’ Dat Michiel Romeyn hem “de Viola Holt van de homoseksuelen” vindt, laat hem onberoerd. ‘Ik moest er zelfs wel om lachen. Bij Michiel Romeyn komt het denk ik voort uit een soort frustratie jegens alles wat beter is, en rijker. Iedereen maakt keuzes in z’n leven. Ik denk dat Michiel na het werkelijk fantástische Van Geluk Gesproken gekozen heeft voor dingen die hem waarschijnlijk niet echt gelukkig hebben gemaakt. Hij heeft een soort aangeboren afgunst.’ Maar De Leeuw heeft weinig zin om zich er erg druk over te maken. In dat opzicht is hij sterk veranderd. Hij is rustiger geworden, evenwichtiger dan vroeger. ‘Naarmate je meer hebt bereikt en gelukkiger wordt in je persoonlijk leven verdwijnt het Heilig Moeten. Toen mijn moeder mij een paar maanden geleden nodig had, nadat een vriendin van haar was overleden, kon ik er gewoon voor haar zijn. Ook daarom is het heerlijk om niet meer vier keer per week televisie te doen. Vroeger had ik ontzettende vliegangst, nu stukken minder. Ook omdat ik denk: als ik nu neerstort, heb ik tenminste wel heel veel leuke dingen gedaan.’ Een paar jaar geleden kon hij echt exploderen van drift. Menig redactielid was bang voor zijn wispelturigheid en narrigheid. Meermalen stuurde hij medewerkers op de studiovloer weg, louter omdat hun hoofd hem niet aanstond. ‘Maar dat is ook niet zo gek’, zegt hij, onverwacht ernstig. ‘Als je met iemand werkt die humor probeert te maken, dan moeten daar geen chagrijnige koppen omheen staan. Daar had ik gewoon geen zin in.’ En ja, hij is nou eenmaal veeleisend. Al is hij daar ook verstandiger in geworden. ‘Ik besef dat je van andere mensen niet dezelfde inzet mag verwachten die je zelf hebt. Al doen ze nog zo hun best, ze zullen nooit even perfectionistisch en gemotiveerd zijn als ik. Dat komt -heel simpel- omdat ik meer verdien dan zij. Ik kan wel zeggen: hoe kun je nu al weggaan? Het is pas vijf uur en je werk is nog niet af. Maar dan weet ik: zij halen straks een half kipje bij de FEBO, en ik ga naar een lekker restaurant.’ Met het klimmen der jaren week de felheid voor begrip. ‘Ik dartel nu veel meer door het leven. Dat komt door m’n relatie, en ook door de hernia die ik heb gehad.’ Want vier jaar geleden lag hij opeens een paar weken in bed. Hulpeloos, volkomen aangewezen op de zorg van zijn vrienden. ‘Ik werd gedwongen om hulp van anderen te accepteren. Daar ben ik niet goed in. Ik regel en initieer de dingen liever zelf.’ Het werd voor De Leeuw een onthutsend inkijkje in zijn eigen kwetsbaarheid. ‘Ik weet nog dat ik in die tijd had afgesproken dat een vriend zondagochtend om half tien zou komen om voor mij te zorgen. Maar half tien?…. niemand. Half elf…half twaalf… twaalf uur… niemand. Buitenhof gekeken, daarna een VPRO-film over Chinese vrouwen die anderhalf uur liepen te zaaien. Pas om half vier kwam-ie eindelijk. En ik was woedend. Woédend. Je zou toch om half tien komen! “Nee hoor”, zei hij, ‘ik heb half vier gezegd”. Ik had verdomme nog geen kop koffie kunnen maken. Het was echt een gigantische eye-opener om te voelen hoe het is om afhankelijk van anderen te zijn.’ En dan waren er nog de Landmark Education-cursussen die De Leeuw de afgelopen jaren volgde. Volgens vrienden zou daardoor een aanzienlijke verandering in zijn persoonlijkheid zijn opgetreden. De Leeuw lacht, ogenschijnlijk verlegen met die waarneming. Ach, je moet het niet overdrijven natuurlijk. Maar het is waar dat hij door Landmark tot bepaalde inzichten is gekomen. ‘Een belangrijke Landmark-filosofie is: waar maak je je druk om?’, doceert hij gedreven. ‘Als jij bijvoorbeeld te laat komt, kan ik kwaad worden en vervolgens heel kortaf tegen je doen. Maar ik kan ook vriendelijk zeggen dat ik zoiets vervelend vind, en denken: nou ja, hij ís er nu tenminste. Want het schiet geen hol op als ik me loop op te winden.’ De Leeuw kwam zo’n drie jaar geleden met Landmark Education in aanraking doordat zijn partner er een cursus had gevolgd. ‘Ik was gewoon nieuwsgierig.’ Hij volgde tot nu toe twee van de drie cursussen. ‘Eén over het afrekenen met je verleden en één over het bouwen aan de toekomst.’ Landmark is absoluut geen sekte, benadrukt hij. ‘Het is een gereedschap om beter met het leven om te gaan. Gebaseerd op dingen die je meemaakt. Je zit met een grote groep in een zaal en je vertelt je belevenissen, in een microfoon of aan degene naast je. Ik kwam bijvoorbeeld tot de ontdekking dat ik een heel eendimensionaal beeld van mijn moeder had. Mijn moeder was in mijn ogen vooral verbitterd en zuur. Maar daarbij vergat ik allerlei andere dingen: dat ze vroeger een mooie vrouw was, dat ze wel met ons naar The Sound of Music ging en dat we ieder jaar weer op vakantie konden. M’n vrienden zeiden vaak: “wat is je moeder toch een geweldige vrouw”. Terwijl ik steeds dacht: wat is ze toch zuur. Die negentien andere eigenschappen negeerde ik gewoon.’ Ik zeg dat het mij verbaast dat hij blijkbaar gevoelig is voor dat soort therapeutische sessies. Oprecht verwonderd: ‘Maar het is toch helemaal niet slecht om in deze drukke maatschappij af en toe drie dagen met jezelf bezig te zijn?’
Maar werd je er niet enorm lacherig van? Het klinkt allemaal zo new age-achtig. ‘Welnee. Ik heb heus geen klap van de softe molen gehad. Ik heb er gewoon heel veel profijt van gehad, omdat ik de dingen nu anders zie. Na mijn eerste cursus had ik een tijdje echt een roze bril op.’ Grinnikend: ‘Ik zag redacteuren werkelijk versteld staan. Dan vroeg ik: waarom is dat eigenlijk niet geregeld? Nou ja, daarom en daarom. Oké, zei ik, en kan het nu wél geregeld worden? Terwijl ik wegliep hoorde ik ze denken: “nu gaat-ie keihard met de deur slaan”.’ Triomfantelijk: ‘Niet dus. Ik dacht er wel even aan, maar ik deed het niet.’ Natuurlijk zijn er genoeg momenten dat hij zich moet inhouden. Dan moet hij ‘even heel hard Landmarken’. Zo zegt hij dat dan ook tegen zijn partner: ‘ik heb er een flinke Landmark tegenaan gegooid.’ Ze ‘Landmarken’ er samen voor de grap af en toe lustig op los. ‘Ja hoor ‘ns, je bent je eigen possibility.’ Laat niemand denken dat er dan twee wolkjes door zijn huis zweven. ‘Maar ik ben er wel gelukkiger door geworden. En ik heb iets meer respect gekregen voor de mensen om mij heen. Dat heeft ook gewoon met ouder worden te maken.’ Of-ie door Landmark ook een andere programmamaker is geworden? Moeilijk te zeggen, vindt De Leeuw. Landmark viel, zeg ik, in elk geval wel samen met de laatste twee seizoenen van Laat de Leeuw. En juist in die periode viel op dat hij minder scherp was. ‘Dat heeft niets met Landmark te maken. Dat was een bewuste keus. Je kunt niet elke keer om tien over elf met tomaten gaan gooien. Mensen hebben geen zin om elke avond naar een dorpsgek te kijken. Ik vond het gewoon veel leuker om zo’n Jeltsin te doen. Ik zal in de toekomst heus nog weleens over de schreef gaan. Maar “kwetsen om het kwestsen” is er niet meer bij. In dat opzicht ben ik veranderd. Tien jaar geleden vond ik dat ik het middelpunt was van alles. Je had Joop van den Ende, en direct daarna kwam ik. Dat mag je best even denken, zolang je daar maar niet in blijft hangen. Vroeger moest alles en iedereen zich volledig richten naar mij. Nu is dat anders. Ik ben nog steeds het middelpunt van mijn eigen belangstelling, maar dat is niet meer zaligmakend.’ © Coen Verbraak, 2001
|