Hij heeft zware maanden achter de rug. De stroom aan negatieve publiciteit heeft Martijn Lindenberg (55) dieper geraakt dan hij vooraf ooit had kunnen denken. Want hij mag dan doorgaan voor zakelijk en emotieloos, in werkelijkheid knaagde de berichtgeving aan hem. 'Dat ze je Stalin noemen, de Beul van Hilversum, de Buffel… dat is zo laag-bij-de-gronds.' Annette van Trigt, Dione de Graaff, Daniëlle Overgaag, Maarten Nooter, Gio Lippens; ze werden ziek, raakten overspannen of gingen om andere redenen weg bij Studio Sport. Allemaal voornamelijk de schuld van Martijn Lindenberg, volgens de kranten. De werkdruk bij Studio Sport zou veel te hoog zijn, en Lindenbergs optreden te autoritair. Hij heeft zelden zoveel 'bewust kwaadaardige berichtgeving' mogen lezen als de afgelopen tijd. 'Het is nogal makkelijk om een kop te maken: "Toine van Peperstraten per fax ontslagen". Dat is helemaal niet aan de orde geweest. We zaten in de onderhandelingen over zijn salaris alleen aan het eind van de lijn. Ik heb toen gezegd: dit is het maximum dat de NOS wil bieden. Dat geef je dan door aan iemand, per brief of per fax. Van Peperstraten is dus niet ontslágen per fax. Geen sprake van.'
Bij zijn aanstelling als chef sport bij de NOS, in 1998, was het de bedoeling dat Martijn Lindenberg zo'n vijf jaar in die functie actief zou blijven. Onlangs maakte de NOS bekend dat Lindenberg die tijd niet zou volmaken. Hij vertrekt al in februari 2002, na de Olympische Winterspelen in Salt Lake City. Een beslissing die volgens de omroep in goed overleg en "volgens plan" tussen beide partijen tot stand is gekomen. In werkelijkheid verliep het allemaal aanzienlijk minder harmonieus, geeft Lindenberg nu toe. Hij gaat helemaal niet uit vrije wil eerder weg. 'De NOS heeft z'n advocaten en alles tegen mij in stelling gebracht. Ze hebben mij voorgesteld om snel te vertrekken. Maar ik laat mij niet als een kleine jongen zomaar wegsturen.'
Op de ochtend van ons eerste gesprek heeft hij net, samen met anderen, met succes de onderhandelingen over de Nederlandse voetbalrechten afgewikkeld. Zichtbaar opgetogen zit Martijn Lindenberg -gebruind gezicht, doordringende blauwe ogen, gekleed in een mosterdkleurig colbert met kobaltblauw overhemd- achter zijn bureau. Ogenschijnlijk blakend van zelfvertrouwen. Daarom, zegt hij, is hij ook zo'n goede onderhandelaar. 'Je moet altijd van je eigen kracht uitgaan. Zo'n type ben ik. Ik laat mij nooit sturen door wat anderen over mij zeggen of schrijven.' Het is uniek in Europa dat een publieke omroep als de NOS nog steeds de televisierechten op zowel de voetbalcompetitie als alle grote toernooien heeft. 'We hebben de samenvattingen van de competitie, Champions League, Uefa-cup en de EK's en WK's. En niet alleen voetbal, we hebben contracten met de hele Nederlandse sportwereld, met het NOC*NSF. We willen geloofwaardig zijn voor de totale Nederlandse sportwereld. Dat is tegelijk ons probleem: het is veel makkelijker om af en toe een krent te kopen. Maar wij willen als publieke omroep het sportscala in z'n totaliteit brengen.'
Hoe zinvol is dat? Wie zit er te wachten op kogelstoten en snelwandelen?
'Sommige sporten doen we maar één keer per jaar. Dat is een verschil met een paar jaar geleden. In het eerste contract met het NOC*NSF waren veel grotere volumes afgesproken. Dat contract had de NOS gesloten onder druk van Sport7, in de hoop dat de NOS op die manier toch enigszins z'n positie zou kunnen handhaven. We hadden toen wel erg veel volleybal, basketbal en hockey.In de huidige situatie is er meer evenwicht.'
Waarom concentreren jullie je niet, zoals de Engelsen, op vier, vijf sporten? Dan kun je in de onderhandeling ook veel langer in de race blijven.
'Zolang het kan moet je zo breed mogelijk blijven. Het is je publieke taak om niet alleen topsport te brengen.' Lindenberg sluit niet uit dat de NOS het bij de volgende onderhandeling over voetbalrechten -over drie jaar- erg moeilijk zal krijgen. 'De grens is langzamerhand wel bereikt. Maar misschien komen er wel meer gelden vrij. Ook de voetbalwereld zal moeten accepteren dat het hier anders gaat dan in Frankrijk, Engeland of Italië. De NOS kan niet zeshonderd miljoen op tafel leggen. We zijn kleiner, ook in bedragen.'
Hij was zeventien toen hij in 1962 bij de NTS kwam werken, als kabelsjouwer. Voordien was hij al zijdelings met het medium in aanraking gekomen. Zijn moeder, Lies de Wind, was actrice en speelde regelmatig voor de televisiecamera (onder meer in Maigret, met Jan Teulings). Zijn vader was ook acteur, en werd later directeur van het Zuidelijk Toneel. Als kind speelde Lindenberg mee in openluchtspelen, onder regie van zijn vader. Maar dat toneel was niets voor hem. Hij was vooral gebiologeerd door televisie, die toverdoos die in 1960 in huis kwam. Achteraf gezien was het geen toeval dat hij zo jong ging werken. Hij was enig kind, en werd al jong zelfstandig. 'Want ze waren er niet vaak.' Als kind was hij veel alleen. Hij wil het niet overdrijven -'ik was zeker geen zielig vogeltje'- maar soms was die eenzaamheid erg vervelend. Toen hij als achtjarig jongetje aan zijn blindedarm werd geopereerd, had-ie graag gewild dat z'n ouders naar het ziekenhuis hadden kunnen komen. Maar goed, die moesten werken. 'En dan kwamen ze twee dagen later alsnog, hoor. Ik ben er gewoon jong zelfstandig en volwassen van geworden. Daar heb ik later profijt van gehad: altijd uitgaan van je eigen kracht, van je eigen kunnen.'
Zijn moeder is nu eenentachtig. 'Nog steeds echt een actrice, keurig articulerend, soms wat overdrijvend.' Zijn vader stierf jong. Hij maakte de glorieuze regisseurs-carrière van z'n zoon maar zeer gedeeltelijk mee. 'Hij is in 1979 overleden. Een jaar later werd ik gevraagd voor de regie van de kroning van Beatrix. Dat beschouw ik toch als een mijlpaal. Ik heb het altijd jammer gevonden dat-ie het niet heeft meegemaakt.' Gek, maar hij moet nog heel vaak aan zijn vader denken. 'Hij was ook een sportfanaat. Als kind ging ik op zondag met hem naar Ajax. Daar sta ik vaak bij stil: wat ontzettend jammer dat je het niet hebt gezien. Zonde, echt zonde.' Lang, heel lang pauzerend. 'Het rare is dat het gemis door de jaren steeds beter tot je doordringt. Later komt er een veel grotere leegte dan je op het moment zelf voelde.' Zelf heeft Lindenberg geen kinderen. Bewust niet. Dat zou niet kunnen met die werkweken van tachtig, negentig uur per week. Ook zijn vriendin Ria Schuurhuizen is altijd druk geweest met haar baan als journaliste bij de Haagse Courant. 'Ik heb die lijn van dat werk vanaf het begin duidelijk in mijn hoofd gehad. En ik heb van nabij gezien dat kinderen en een carrière vaak moeilijk samengaan. Of je bent een goede vader, of je bent goed in je vak. Een combinatie is bijna onmogelijk.'
Zijn afkomst kwam hem als zeventienjarige kabelsjouwer wel goed van pas. Thuis had hij vaak acteurs ontmoet. Dus werd hij op de NTS-studiovloer door Johnny Kraaykamp, Ko van Dijk of Henk van Ulsen allerhartelijkst begroet. De verbijstering bij zijn collega's steeg echt ten top wanneer kabelsjouwer Lindenberg vervolgens ook nog losjes teruggroette: "hé Ko, ha die Henkie!". Door zijn grote belangstelling voor het televisievak viel Lindenberg al snel op. Hij werd bevorderd tot cameraman, en maakte in 1965 de omslag van zwartwit naar kleur mee. In 1966 was hij erbij toen bij het schaatsen in Deventer voor het eerst herhalingen werden gebruikt. Lindenberg, vertederd: 'Dat was een geweldige noviteit. Ook wij moesten er nog aan wennen. Ik herinner mij dat Kees Verkerk viel in de bocht. Daarna werd die val herhaald. Waarop Bob Spaak in zijn commentaar verschrikt uitriep: "nee maar Kees… je valt toch niet wéér".'
Die beginjaren bij Sport in Beeld zijn essentieel voor hem geweest, beseft hij. Daar leerde hij keuzes maken. 'Voetbalwedstrijden werden nog gedraaid op film. Omdat dat zo duur was kreeg je maximaal vijfentwintig minuten materiaal mee. Maar je mocht natuurlijk geen doelpunt missen. Dat betekende dus vaak "zuinig draaien in de tweede helft", omdat je in de eerste helft te enthousiast was geweest. Maar daardoor leerde je wel heel goed hoe je een wedstrijd moet "lezen". Je leerde om snel beslissingen te nemen. In die tijd heb ik absoluut mijn gevoel voor regie ontwikkeld.'
Zijn wedstrijdverslagen sprongen in het oog doordat hij de sport anders in beeld bracht dan tot dan toe gebruikelijk was. Met meer oog voor details, voor reacties van spelers en trainers. 'Ik probeerde niet alleen naar de bal te kijken. Dat was toen iets nieuws.' De Olympische Spelen in München waren zijn eerste grote toernooi. Door de aanslag op de Israëlische sportploeg werd het voor Lindenberg direct 'zwemmen zonder bandjes'. 'Wij waren samen met twee andere ploegen de enigen die toegang wisten te krijgen tot het vliegveld. We hoorden de schoten, zagen de flitsen. Nadien kregen we Genscher nog voor de camera die beweerde dat het allemaal wel meeviel. Uiteindelijk is ons materiaal nog aan ABC verkocht.' Daarna deed hij voor de NOS de regie van vrijwel alle grote voetbaltoernooien, sportwedstrijden en Olympische Spelen. In 1984 werd hij onderscheiden met een Emmy Award voor de regie van het wielrennen tijdens de Olympische Spelen in Los Angeles, een jaar later maakte hij furore met de registratie van de Elfstedentocht (waarbij Lindenberg onder meer motoren met camera's op het ijs liet meerijden). Daarna volgde de Ere-Zilveren Nipkovschijf van de Nederlandse tv-kritiek.
Sportregie verschilt hemelsbreed van drama-regie, weet hij. 'Ik kan niks stilleggen, en vragen of het nóg 'ns kan. Ik moet het van mijn snelheid hebben, en van het feit dat ik inmiddels bijna letterlijk weet hoe een balletje kan rollen. De essentie van regisseren is á la seconde kunnen reageren, en kunnen kiézen. Een keuze maken tussen een valpartij in het peloton of een ontsnapping in de kopgroep. Moet je bij een autorace de leider volgen of liever de achterblijvers? Durf je in een voetbalwedstrijd een bepaald beeld drie seconden langer te laten staan? Geef je één, twee of drie herhalingen, of juist helemaal niet? Dat gebeurt allemaal gevoelsmatig. Het gaat er vooral om of je als regisseur in gesprek met de wedstrijd komt. Je moet ook weten wat er speelt in een wedstrijd. Van Figo weet je dat het een sluimerende voetballer is die opeens tot briljante momenten kan komen. Die houd je dus voortdurend in de gaten. Ik ben zelf een echte Edgar Davids-fan, houd zeer van zijn gedrevenheid. Zoals hij na het volkslied uit dat rijtje komt en alle spelers langsgaat om ze op te peppen … fantástisch. Dat laat ik veel liever zien dan een coach die gaat zitten en z'n regenjas dichtdoet. En die vervelende trommelende indiaan op de tribune zul je bij mij al helemaal nooit zien.'
Want Lindenberg houdt niet van tierlantijnen. Hij is zelfs karig met herhalingen. 'Als je één goede herhaling hebt gezien is dat genoeg. Ik streef naar een zo rustig mogelijk verslag, dat niet wordt kapotgeschakeld. Heel anders dan in Engeland. Daar word je gek van de close-ups, van elke actie en elke kopbal. Dat is mijn stijl niet. Ik houd vooral van overzicht.' Voor hem ook liever zes dan achttien camera's. Dat schept alleen maar verwarring, vindt de regisseur. 'De basis moet goed zijn. Ik wil de sport laten zien zoals-ie is. Met achttien camera's kun je het kapotschakelen. Eindeloze shots van publiek, trainers en warmlopende spelers werken alleen maar desoriënterend.'
Waarom zijn er weinig jonge regisseurs die dat ook kunnen?
'Omdat die graag al die achttien camera's gebruiken. Dat is helemaal niet erg. Vóór mij deden ze het anders, na mij zal dat ook zo zijn.'
Hoe komt het dat de jonge generatie bij Studio Sport zich minder lijkt te ontwikkelen dan de generatie-Smeets?
'Misschien minder talenten. Zou kunnen. Het heeft met bagage te maken, met de rust en de warmte die je kunt uitstralen op een scherm. Mart Smeets heeft dezelfde soort gedrevenheid als ik. Ook hij heeft zijn levensomstandigheden nooit laten prevaleren. Hij koos voor het werk. Punt uit. Daarom hebben wij samen ook maar twee woorden nodig. Het gaat om de investering die hij ervoor over heeft gehad om zo te worden. De jonge generatie is ook gedreven, maar op een andere manier. Ze moeten echt nog een paar stappen maken voor ze het over kunnen nemen. In publicaties roepen ze: "ja, ik kan die stap niet maken want die ouwe lullen zitten daar". Nee, je zult eerst je bagagedrager moeten vullen. Op termijn krijgen ze heus de plek die ze ambiëren. Er zit op dit moment alleen echt nog een flink vacuüm tussen hun en de Smeetsen. Niet alleen bij presentatoren, ook bij verslaggevers.'
Toen hij bij Sport in Beeld begon verzorgde de redactie -bestaande uit een kleine tien man- twee uitzendingen per week. Inmiddels is de ploeg gegroeid tot zo'n honderdveertig mensen, en maakt Studio Sport wekelijks ruim veertig uitzendingen. Teveel, volgens sommigen. De afgelopen tijd ontstond op de redactie in toenemende mate onvrede over de "uitzendfabriek" en de onacceptabel hoge werkdruk. Sommige medewerkers meldden zich ziek, anderen klaagden eind vorig jaar anoniem hun nood in kranten en tijdschriften. 'Opeens was het hier zogenaamd een Knorr-fabriek', reageert Lindenberg geagiteerd. 'Ze gingen roepen dat ze meer verantwoordelijkheid wilden hebben. Ik heb daarop geprobeerd de gelederen te sluiten. Want je hebt er zo weinig aan als mensen in de publiciteit anoniem dingen gaan roepen. Heel vaak kon ik precies herleiden wie wat gezegd had. Maar als mensen zo graag de redactienotulen willen laten lekken, dan ga ik echt niet als een Dokter Speurneus achter ze aan. Dat is te ondermaats.'
Die verhalen over de hoge werkdruk waren volgens hem schromelijk overdreven. Lindenberg, zuchtend: 'Er zijn een paar mensen geweest die last hadden van die werkdruk, ja. Maar de overgrote meerderheid redde zich prima. Er was ook absoluut geen sprake van onderbezetting, zoals gesuggereerd is. Want deze zaken speelden niet tijdens het EK of de Olympische Spelen, maar juist daarvoor of daarna. Ik snap ook niet waarom mensen voor zichzelf niet zien wanneer ze op de rem moeten trappen. Er is hier nooit een situatie geweest dat mensen geen vakantie of ATV-dagen konden opnemen.'
Eind vorig jaar werd er vanwege alle klachten zelfs een interne vertrouwenscommissie benoemd, die moest adviseren over "een werkbaarder klimaat".
'Dat was geen vertrouwenscommissie. Ik heb geprobeerd een klankbord uit de afdeling te formeren, om te kijken wat we zouden kunnen doen. Er zijn een paar dingen uitgekomen die vervolgens ook zijn aangepast.' Vorig jaar begon bovendien de bescheiden uittocht van medewerkers. Uiteindelijk haakte ook hoofdredacteur Gio Lippens af. Lindenberg: 'Gio vond dat hij na een aantal aanvaringen met andere redacteuren hier niet meer kon functioneren. Ik heb hem altijd voor vijfduizend procent gesteund. Totdat hij op zeker moment ziek thuis zat. Toen werd het een lastige zaak.' Lindenberg reageert fel op het verwijt dat hij geen people's manager zou zijn. 'Dat is grote onzin. Iemand die geen people's manager is sluit zich de hele dag op zijn kamer op, zonder oog en oor te hebben voor anderen. Ik werk zes dagen per week, ben regelmatig van 's morgens vroeg tot 's avonds op kantoor. Mijn deur staat altijd open. Ik praat met iedereen, ben voor iedereen aanspreekbaar.'
Maar je bent geen koesteraar.
'Wie zegt dat? Ik kijk graag met mensen banden terug, praat graag met mensen over hun werk.'
Je zei toen je nog een duo vormde met Kees Jansma zelf: ik ben vooral goed in de zakelijke kant, Kees zorgt voor de vriendschap in de ploeg.
'Dat was een andere tijd. Een minder dwangmatige situatie met veel minder programma's. Er wordt altijd wel geroepen dat Jansma zo'n people's manager was, maar er waren hier ook met Kees soms ruzies waarbij de deuren uit hun sponningen sprongen. Dus wat is dan feitelijk het verschil? Tuurlijk, Kees liet zijn emoties eerder zien dan ik. Ik ben een ander type. Ik heb minder behoefte aan de limelights dan hij. Jansma wilde zich in die wereld profileren. Ook omdat hij zelf presentator was. Ik zit anders in elkaar. Maar dat ik geen people's manager zou zijn ontken ik categorisch.'
Zoiets wordt toch vooral uitgemaakt door de andere partij die met jou te maken heeft?
'Zeker. En bij de één maak je nou eenmaal makkelijker iets los dan bij de ander.'
Iemand die jou goed kent zei tegen mij: "die botheid van Martijn is vooral onzekerheid".
'Absolute onzin.'
Die botheid moet je toch van jezelf kennen?
'Het is geen botheid. Het heeft te maken met het feit dat ik graag duidelijkheid wil. Ik houd niet van grijs gelul. Het is "ja" of "nee".'
Als regisseur was je volstrekt onomstreden. Inmiddels is er toch een smet op je blazoen gekomen. Dat moet je erg vinden.
'Dat is lastig, ja. Vooral omdat die smet ontstaan is door een vreemde publiciteitsgolf, niet omdat mensen en masse huilend mijn kamer uitgehold zijn.'
Had je dingen anders moeten doen?
'Als ik wat meer in dat grijze gebied had geopereerd, was het niet zo hoog opgelopen. Dan moet je minder "ja" en "nee" willen, en wat meer lopen zalven. Pappen en nathouden lijkt soms te helpen. Maar ik ben een man van duidelijkheid. En ik had eerder moeten reageren op de publiciteit. Of anders de NOS.'
Waarom heeft de NOS dat niet gedaan?
'Weet ik niet. Ze hebben mij een beetje laten zwemmen, ja. Ze hebben mij niet in bescherming genomen, wat je op zichzelf wel mag verwachten van je werkgever.'
Dat moet voor iemand met jouw staat van dienst teleurstellend zijn.
'Ja, dat is teleurstellend. Het komt waarschijnlijk omdat een organisatie als de NOS zelden met dit soort zaken te maken heeft. Daarom hebben ze mij te lang onbeschermd laten ronddobberen.'
Jullie gaan niet prettig uit elkaar, de NOS en jij.
Afwerend: 'Dat weet ik niet.'
Je voortijdige vertrek was niet vrijwillig.
'Dat zeg jij.'
Er zijn zelfs advocaten aan te pas gekomen.
Opeens met een vreemde triller in z'n stem:'Ik ben niet met advocaten gekomen, de NOS-directie heeft z'n advocaten en alles in stelling gebracht. Tegen mij. Ik ben niet zelf gegaan, maar heb een zaakwaarnemer gestuurd.'
Ze zeiden: Lindenberg, je moet gaan…?
'Ze hebben mij voorgesteld om snel te vertrekken. "Martijn, het is beter om snel schoon schip te maken." Dat is een ongelofelijk bittere pil geweest.' Verbeten: 'Dat heb ik absoluut een oneerbaar voorstel gevonden. Ik heb het ook niet geaccepteerd. Aan de andere kant wilde ik toch graag on speaking terms met de NOS blijven.'
Ze hebben je een flink bedrag betaald.
'Daar laat ik mij niet over uit.'
Maar je zou wel gek zijn om zomaar te gaan.
'Dat heb ik dus ook niet gedaan. Ik laat mij niet als een kleine jongen wegsturen, louter op basis van vervelende publiciteit. Waar verder aan NOS-kant ook geen enkel bewijsstuk voor ligt.'
Het is wel een jammerlijk einde van je loopbaan.
'Ik had mij inderdaad iets anders voorgesteld. Vooraf had ik al een termijn van vijf jaar bepaald. Daarna zou ik uit mezelf terugtreden. Dat dat nu plotseling dichterbij is gekomen is moeilijk te accepteren. Maar ik heb in elk geval mijn rug gerecht tegenover de NOS-directie die blijkbaar denkt dat wegsturen helpt.'
Uiteindelijk hebben ze dus keihard partij gekozen, tegen jou.
'Nee, ze hebben helemaal geen keuze durven maken. Ze hadden best mogen zeggen: "we zijn erg ontevreden over je". Maar zoiets verpak je niet in een briefje.'
Voel je je beschadigd?
'Natuurlijk. Dat kan toch niet anders? Ik heb de weken daarna ook echt in een soort vacuüm geleefd. Was minder scherp, minder alert. De wedstrijd Kaiserslautern-PSV gleed uit mijn handen. Dat had hier alles mee te maken. Het heeft mij allemaal behoorlijk door elkaar geschud. Ik heb er toch een paar nachten van wakker gelegen. Voor je omgeving is het ook niet leuk dat je in de krant opeens als Stalin wordt afgeschilderd. Maar zo werkt dat kennelijk. Iedereen wordt altijd afgerekend op zijn laatste kunstje.'
Je zoetste wraak was geweest om de voetbalrechten bij SBS terecht te laten komen.
Hij schiet in de lach. 'Zo zit ik dus niet in elkaar. Ik ben een company man. Nog steeds. Ik ben altijd verknocht geweest aan dit bedrijf. Hoewel ik mij afvraag of mensen hier op de afdeling voldoende beseffen wat het betekent dat de NOS die rechten weer heeft binnengehaald. Er is geen mens die juichend op tafel springt, en roept: "godverdomme, klasse jongens!". Alles wordt hier heel normaal gevonden. Terwijl ik denk: wat zou er eigenlijk met jullie gebeuren als we die rechten niét zouden binnenhalen? De NOS garandeert daarmee hun toekomst. Maar daar is nauwelijks emotionele waardering voor.'
Hij gaat in elk geval met opgeheven hoofd weg, zegt Lindenberg ferm. En daarna zal hij als adviseur werkzaamheden voor de NOS blijven verrichten. 'Wat je ook van mij mag vinden, ik heb aardig wat bereikt in vijf jaar. Meer dan in de jaren daarvoor. Ik heb samen met anderen zoveel vernieuwingen en uitbreidingen doorgevoerd dat ik daar echt trots op ben. We maken als NOS niet alleen sportprogramma's meer, maar ook uitzendingen daaromheen, zoals documentaires. Na Elven was mijn kind, Huis van Oranje ook. Er is heel veel tot stand gebracht.'
Is dat de beschadiging van je reputatie waard geweest?
'Nou, "waard" misschien niet. Maar ik heb het allemaal heel bewust willen doen. Ik heb ook nooit overwogen om ermee te stoppen. Omdat ik gelóófde in wat ik deed. Daarom heb ik er ook geen spijt van. Ik ga hier niet als een no-no de deur uit.'
© Coen Verbraak, 2001
|