|
|
SHARON DIJKSMA WIL LUIS ZIJN EN PELS22 februari 2001 |
|
Sharon Dijksma gaat in ontwikkelingswerk, en ze wil moeder worden. Ooit. Maar in de tussentijd is ze kandidaat voor het voorzitterschap van de PvdA, de partij die toe is aan een krachtige nieuwe leiding. De weerstand die Dijksma oproept is verrassend groot. Haar voordelen - jong en ervaren, vrouw en ambitieus, thuis in Den Haag en provinciaal - zijn kennelijk óók haar nadelen. Een gesprek over haar vader, over de rol van Melkert en de overgang van rebellie naar schipperen. 'Vrouwen worden veel sneller als heksen afgeschilderd.'Sinds haar kandidatuur voor het partijvoorzitterschap komen er per dag zo'n vijftien verzoeken binnen voor interviews en andere optredens. De hype heeft haar zelf ook een beetje overvallen, erkent Sharon Dijksma (29). 'Ik weet dat de PvdA als partij veel in het nieuws is. Ook het partijvoorzitterschap is in vergelijking met andere partijen veel meer een issue. Maar deze toestanden had ik niet verwacht.' Dat ze over veel te weinig politieke bagage zou beschikken voor de functie, zoals Marcel van Dam schreef in zijn Volkskrant-column, doet ze schouderophalend af. 'Ik zal nooit het hele old boys netwerk kunnen overtuigen. Ik wil mij vooral gaan inzetten voor de leden binnen de partij. Als er coryfeeën of dinosaurussen uit het verleden zijn die vinden dat het anders moet, dan is dat hún probleem.' Hier, in haar lichte woonkamer in een buitenwijk van Enschede, is Den Haag ver weg. Al rinkelt de telefoon in de slaapkamer tijdens het gesprek onophoudelijk. Ze weet alleen niet hoe ze dat ding uit moet zetten, zegt ze, terwijl ze thee maakt in de keuken. 'Ik gooi er anders wel iets overheen.' Dijksma mag dan door tegenkandidaat Bart Tromp meermalen op de korrel genomen zijn, zelf spreekt ze zich behoedzaam uit over haar tegenstrevers. Heel af en toe permitteert ze zich een onschuldig speldeprikje.'Ik vind dat de partij behoefte heeft aan een bindende figuur. Tromp heeft nog niet laten zien dat hij dat zou kunnen zijn.' Maar jij hebt je nooit uitgesproken over partijvernieuwing. Niemand weet waar jij voor staat. 'Ik ben geen theoreticus, maar een doener. Ik doe dingen in de praktijk, zonder dat ik er stukken over schrijf.' Mensen als Tromp en Koole hebben al lang geleden blijk gegeven van een authentieke bezorgheid. Het lijkt of jij nu voor de gelegenheid hun bezorgheid leent. 'Daar ben ik het niet mee eens. Die bezorgdheid voel ik tot in mijn vezels. Als ik in de Kop van Overijssel mensen tegenkom die al twintig jaar raadslid zijn -niet omdat ze het leuk vinden, maar omdat er niemand anders is- probeer ik daar iets aan te doen. Alleen ben ik iemand die dat omzet in praktisch handelen. Ik ken de partij door en door. Dat moet je echt niet onderschatten.'
Ze loopt al sinds haar achttiende rond in de PvdA. Dijksma was veertien toen ze zich aansloot bij de Jonge Socialisten. 'Mijn opa was een enorme fan van Joop den Uyl.' Ze werd geboren in Hoogkerk, groeide op in de Groningse wijk Paddepoel. Een heel beschermde jeugd, herinnert ze zich, in 'een warm gezin'. Haar vader was mededirecteur van De Ster, een schoonmaakbedrijf dat eigendom was van de familie van Dijksma's moeder. 'Mijn vader was een heel leuke, intelligente man, die gek was met m'n broertje en mij. Hij werkte veel, maar op zondag deden we altijd leuke dingen.' Ze was tien toen haar leven plotseling veranderde. Eens per week gingen haar ouders samen naar dansles. Of het toeval was of niet, maar die ene avond kon ze maar niet in slaap komen. 'Ik weet nog dat ik die avond stiekem naar Dallas heb zitten kijken. De volgende ochtend stond m'n moeder bij m'n bed. Ze was enorm overstuur, vertelde dat mijn vader een ongeluk had gehad en dat hij zeker dood zou gaan. Hij lag op dat moment nog wel aan allerlei apparatuur, omdat ze z'n organen wilden hebben, maar daar was ook alles mee gezegd.' 'Het is gebeurd na afloop van die dansles. Ze stonden langs de kant van de weg, tegen de achterbak van de auto aan. Er kwam een auto aan die ze leek te gaan klemmen. Mijn vader probeerde hem te ontwijken door de weg op te springen. Hij heeft mijn moeder nog meegetrokken, maar dat is gelukkig mislukt. Die auto heeft hem frontaal gepakt. Ik heb alles gelezen, iedere letter in het politierapport. Omdat ik gewoon niet kon geloven dat-ie echt dood was. Die laatste uren wilde ik ook absoluut niet naar dat ziekenhuis. Ik heb hem nog wel gezien toen hij gestorven was. Verschrikkelijk. Dat was mijn vader helemaal niet, daar lag gewoon een vreemde. Mijn vader had altijd een soort licht in z'n ogen, een twinkeling. Ook die kon ik niet meer zien.' Huiverend: 'Hij lag daar zo stil… Eigenlijk wil ik mij dat beeld helemaal niet herinneren.' De weken daarna leefden ze in een roes. Iedereen vond hun zielig, dus ze hadden voortdurend aandacht. 'Maar zodra de schok bij de anderen over was, keerde voor de buitenwereld het normale leven weer terug. We werden uiteindelijk erg aan ons lot overgelaten. Langzaam maar zeker verdwenen steeds meer mensen geruisloos uit beeld.' Haar moeder werd door het schoonmaakbedrijf uitgekocht, na moeizame onderhandelingen met haar eigen neven. Dijksma heeft er 'erg nare herinneringen' aan. 'Het is allemaal heel vervelend verlopen. Maar m'n broertje, m'n moeder en ik kwamen wel heel dichtbij elkaar te staan. Wij waren een tropisch eilandje in een storm van ellende. Uiteindelijk zijn mijn broer en ik wel heel goed opgevangen door m'n moeder en m'n oma. Maar als kind zie je heel goed wat er gebeurt, dat er gaandeweg steeds minder mensen van vroeger op bezoek komen.' Die periode is zeer bepalend voor haar geweest, denkt Dijksma. 'Het heeft een soort gedrevenheid in mij wakker gemaakt. Je ziet hoe hard de wereld is, wat mensen elkaar kunnen aandoen. Ik heb toen besloten dat ik mij weerbaar wilde opstellen. Voordien werd er voor me gevochten, nu moest ik zelf gaan vechten. De aanval is de beste verdediging.' Als middelbare scholier stortte ze zich met overgave op haar schoolwerk. 'Ik kreeg heel erg de behoefte om mezelf te bewijzen. Ik genoot van goede cijfers. Want het was prettig om iets positiefs te hebben, iets waarvan je kon denken: nou, dat heb ik toch goed gedaan. Dat had ik nodig. Want als je iemand verliest, ontploft er een bom in je. Dan gaan er van binnen echt dingen kapot. Je hebt tijd nodig om weer te helen. Dat gaat makkelijker als je voor jezelf een horizon bepaalt: dát wil ik, dáár wil ik naartoe. Om te overleven.' 'Mijn vader is er nog iedere dag. Hij speelt nog steeds een grote rol in mijn leven. Bijna als een levend iemand. Hij is maar vijfendertig geworden, maar in mijn hoofd is hij gewoon ouder geworden.' Lachend: 'Hij heeft nu grijs haar. Hij zou verschrikkelijk trots op mij geweest zijn. Dat weet ik zeker. Toen ik beëdigd werd als Kamerlid dacht ik ook: wat zou je dit gááf gevonden hebben. Sommige momenten blijven altijd moeilijk. Mijn beste vriendin ging trouwen, haar vader hield een toespraak. Dan moet ik toch even huilen, omdat ik weet: dit zal ik dus nooit hebben, dit gebeurt bij mij niet.'
Als scholier belandde ze via een demonstratie tegen kruisraketten bij de Groningse afdeling van de Jonge Socialisten. Ze werd al rap afdelingsvoorzitter en kwam daarna in het landelijk bestuur. Haar blikveld werd er aanzienlijk door verruimd. Dijksma: 'Door het werk voor de JS kwam je in aanraking met allerlei nieuwe onderwerpen, en kwam je op plaatsen waar je nooit eerder geweest was. Ik ontmoette veel mensen, maakte in bijna elke stad nieuwe vrienden. Dat was voor mij heel belangrijk.' Dijksma profileerde zich bij de JS als een felle tante, met uitgesproken opvattingen. In 1993 zette ze in Het Capitool staatssecretaris Elske ter Veld genadeloos neer als nieuwe regent, die geen oog had voor de noden van jongeren. Op voorspraak van de jongerenorganisatie kwam ze bij de verkiezingen in 1994 op een verkiesbare plaats op de PvdA-lijst terecht, en maakte ze op haar drieëntwintigste haar debuut als "jongste Kamerlid ooit". De eerste jaren in de Kamer waren moeilijk, geeft ze toe. Al kort na haar aantreden haalde ze de woede van haar fractie op de hals door ten overstaan van de camera's te verkondigen dat de aangekondigde bezuinigingen van partijgenoot Ritzen op het hoger onderwijs 'te gek voor woorden' waren. Partijgenoot Tineke Netelenbos rukte haar weg bij de verzamelde pers, met de legendarische woorden: "durven jullie wel tegen een kind?". De kwestie heeft haar lang achtervolgd. Dijksma: 'Ik vond het heel vervelend. Omdat het ook het beeld bepaalde van: ze durft niks. Dat werd een soort hype. Maar als je drieëntwintig bent is het per definitie moeilijker om je in te vechten in Den Haag. Zie eerst maar 'ns aan boord te komen. Je hebt geen werkkamer, geen medewerker, geen portefeuille… helemaal niets. Ik voelde mij in het begin heel erg alleen; ik hoorde niet bij de club van Rottenberg, want die had mij niet binnengehaald. En ik hoorde ook niet bij de mensen die er al zaten. De sfeer in de eerste fractie was sowieso erg moeilijk. De mensen die er al zaten hadden het gevoel dat ze door Felix bij het grof vuil waren gezet. Ik probeerde te laveren tussen die twee kampen. Pas na een jaar of twee voelde ik mij op m'n gemak.' Ze is nog steeds een Jonge Socialist, zegt Dijksma stellig. 'Eens een Jonge Socialist, altijd een Jonge Socialist. Alleen kun je in de Kamer minder uitgesproken zijn wie je bent. Naarmate je ouder wordt zie je ook dat aan elk probleem meer kanten zitten dan je vroeger dacht.' Ik vraag hoe ze het vindt dat de Jonge Socialisten uit Leiden hun voorkeur hebben uitgesproken voor het partijvoorzitterschap van Ruud Koole. 'Ach, dat neem ik ze niet kwalijk. Het zijn z'n studenten denk ik.' Maar ze zeggen daarmee: we zien in hem veel meer dan in de voormalige Jonge Socialist Dijksma. 'Ja, maar ik vind hun argumenten daarbij niet overtuigend. Als je zegt dat ik met mijn negenentwintig jaar te onervaren en te licht ben voor zo'n functie, dan diskwalificeer je iedere Jonge Socialist.' Veel Jonge Socialisten zijn teleurgesteld in het Kamerlid Sharon Dijksma. Want die rebelse meid van toen heeft zich keurig door Den Haag laten inpakken. 'Dat is nou precies waartegen ik mij steeds moet verdedigen. Terwijl het maar één kant van het verhaal is. Ik zit hier in Den Haag en wil graag dingen doen die iets opleveren. Iedereen in de politiek weet dat je te maken hebt met veel geschreven en ongeschreven regels. Het is de kunst je daar zo weinig mogelijk van aan te trekken. Voor de één is dat makkelijker dan voor de ander. Mensen die al een positie hadden toen ze binnenkwamen konden zich meer veroorloven. Ik had een achterstand van min tien. Ik moest voorzichtig zijn. Want iedereen stond klaar om te roepen: ze kletst maar wat, ze kan het niet.' Dankzij de JS was je in de Kamer gekomen. En vervolgens maakte je de verwachtingen niet waar. 'Dat is een beeld waar ik mij niet tegen kan wapenen. Toen ik drie maanden in de Kamer zat riepen er al mensen dat ik het erfgoed van de sociaal-democratie verkwanseld had. Mijn idealen van toen heb ik nog steeds.' Maar je laat er zo weinig van merken. Waar is de Sharon Dijksma gebleven die in 1993 nog zo fel van leer trok tegen Elske ter Veld? 'Jawel, maar als voorzitter van de JS heb je een andere rol. Met oneliners kun je makkelijk de aandacht trekken. Maar je hoefde dat wat je riep minder waar te maken. Het was vrijblijvender. Als Jonge Socialist ben je traditioneel een luis in de pels. Als Kamerlid ben je dat niet.' Dan ben je zelf deel van de pels geworden? 'Néé, maar je hebt wel een andere verantwoordelijkheid. Uiteindelijk ben je medeverantwoordelijk voor een regeerakkoord. Dat heeft consequenties voor de wijze waarop je optreedt.' Maar kun je je hun teleurstelling voorstellen? 'Ik begrijp heel goed dat zij die rolwisseling moeilijk kunnen accepteren. Maar iedereen weet dat iemand die voorzitter is van een jongerenorganisatie een andere rol heeft dan een Kamerlid. Ik zou mezelf in de Kamer onmogelijk gemaakt hebben. Dan had ik binnen de PvdA een aantal inhoudelijke zaken zeker niet voor elkaar gekregen. Het is voortdurend balanceren. Je moet steeds afwegingen maken tussen "kont tegen de krib" en "kijken wat er van te maken valt". Ik heb bijvoorbeeld tegengestemd bij de nieuwe bijstandswet, die voor jongeren veel problemen oplevert. Wat is vervolgens de conclusie: ik heb nu wel tegengestemd, maar daarmee heb ik mij tegelijk geïsoleerd van de discussie. Want Sharon hoeven ze niet meer mee te krijgen; die stemt toch tegen.' Je kunt toch binnen een fractie van mening verschillen? 'Ja, dat moét ook. Maar in de politiek gaat het erom dat je met je mening een maximaal resultaat bereikt. Voor de buitenwereld lijkt het misschien mooi als je zegt: "ik doe even niet mee, want dit gaat te ver". Maar ik weet ook dat dat in de praktijk voor de mensen voor wie je het doet geen flikker oplevert.' Minder mening geeft meer resultaat? 'Dat is onzin. Meer mening geeft meer resultaat. Het is alleen de vraag hoe je die mening inbrengt. Veel mensen zouden het liefst zien dat fractievergaderingen openbaar zijn. Want alleen dan zou je kunnen zien wat mensen vinden. Ik weet al precies wat er dan gebeurt: opeens gaan mensen stoere meningen lopen verkondigen. In de praktijk zou het betekenen dat er niets meer besloten wordt. Je moet je als fractielid kwestbaar durven zijn.' Je bent gekozen omdat je ergens voor stond. Niet omdat je zo plooibaar leek. Verontwaardigd: 'Maar ik bén ook niet plooibaar. Niemand van mijn collega's zal mij plooibaar noemen. Peter Rehwinkel zei laatst nog: "wat ze in d'r kop heeft, heeft ze niet in d'r kont". Maar naar buiten toe blijf ik maar vechten tegen dat beeld. En je kunt de afgelopen zeven jaar toch ook niet zomaar afschrijven? Tussen je drieëntwintigste en je negenentwintigste veránder je ook. Waarom is dat bij iedereen nou normaal, behalve bij mij?' Maar het trad al zo snel in. 'Dat is niet waar. De eerste drie jaar heb ik heel hard moeten werken om überhaupt een plek te krijgen. Uiteindelijk gaat het erom dat er binnen de fractie wel portefeuilles verdeeld worden. Als je geen portefeuille krijgt, kun je op je kop gaan staan, maar dan kun je dus niks. Dus zul je bondgenootschappen moeten sluiten, en moeten laten zien dat je iets kunt.' Dus: wil je wat bereiken in de politiek, zul je moeten schipperen? 'Je moet altijd schipperen, ja. Altijd/' Da's toch intens treurig? 'Soms wel. Maar ik loop niet over van treurigheid. Iedereen moet in het leven schipperen. Oké, laat ik eerlijk zijn: in het begin is het mij tegengevallen. Dat is waar. Maar na verloop van tijd sloeg het om. Toen ik een beetje fatsoenlijke portefeuille kreeg, en het gevoel had dat ik waardering kreeg van mijn collega's.' Toen het geschipper iets opleverde. 'Toen ik dacht: uiteindelijk ben ik toch in staat om hier te laten zien wie ik ben en wat ik wil.' Een fractiegenoot zei mij: "ze wil partijvoorzitter worden omdat ze hoopt dat ze daarmee meer deuken in een pakje boter kan schoppen dan ze als Kamerlid gedaan heeft". Ze denkt lang na, met half dichtgeknepen ogen. Dan knikt ze. 'Daar zit wat in, ja. Zeker. Ik hoop toch weer meer te gaan functioneren zoals dat vroeger was, voordat ik Kamerlid werd. De huidige PvdA-fractie is volgens haar "veel braver" dan de vorige. 'Heel erg uitgezocht op het vermogen om samen te werken. Het collectief is minder politiek. Veel fractieleden hebben wel maatschappelijke ervaring, maar geen politieke. Die moeten het politieke handwerk nog in de vingers krijgen. Omdat we een grote fractie hebben met veel specialisten, hebben we vooral veel detailgesprekken. Het zijn nu heel veel losse winkeltjes. Het mag wel iets meer grootwinkelbedrijf worden. We zijn geen ambtenaren, we zijn politici. We moeten juist over hoofdlijnen praten. Ik heb het altijd heel prettig gevonden om samen met mensen die niet in de professionele politiek zitten dingen in beweging te zetten. Daar heb ik altijd heel veel voldoening uit gehaald. Het is een mooie kans om weer 'ns op een andere manier te kunnen gaan werken.' En meer klaar te spelen? 'Ja, op een andere manier. Als secretaris van de fractie kun je ook wat klaarspelen. Maar ik wil binnen de PvdA weer verbonden zijn met al die mensen die binnen die afdelingen rondlopen. Daar ben ik opgegroeid, daar voel ik mij thuis. En dat mis ik ook echt in mijn huidige functie. Als voorzitter heb je een andere rol. Daar kun je meer vrijuit spreken, ben je niet verbonden aan het fractieoverleg. Een voorzitter is meer een luis in de pels van de partij.' Je wilt weer luis worden? 'Eigenlijk wel. Weer meer een opinionleader. Maar wel van opinions die ook echt breed gedragen worden.' Waarom ziet Melkert je zo zitten denk je? 'Dat moet je aan hem vragen.' Hij denkt vast: "jong, vrouw, energiek… en met haar krijg ik het minste last". 'Oh, met mij krijgen ze echt wel last. Zeker weten. Ik ben eigengereid, heb duidelijke ideeën over hoe het met die partij moet. Mijn politieke instinct, het feit dat ik goed weet wat er onder gewone mensen leeft, dat is iets dat mensen in mij aantrekt. Het is nu vaak teveel op afstand. Het is niet voor niets dat iemand als Jan Nagel zich opeens opwerpt als partijcriticus, en op tv gaat roepen dat ik het vooral niet moet worden.' Hij ziet jou als een gevaar? 'Nou, laat ik mezelf niet overschatten. Maar het is toch bizar dat hij dat doet? Misschien is-ie bang voor zijn eigen electoraat. Want ik zal er alles aan doen om de kloof tussen kiezers en onze partij te dichten. Ik wil het linkse smoel van de partij weer uit de kast halen. Het is tijd om meer achter de Paarse coulissen vandaan te komen. De PvdA moet een linkse partij zijn. Ons verkiezingsprogramma moet niet geschreven zijn als een regeerakkoord. Ik wil dat we weer opkomen voor de allerzwaksten.' Ik begin over de reportage van Gerard van Westerloo over de PvdA-fractie in M, en citeer de uitspraak van Rik Hindriks: "Ga je buiten je boekje, dan stuurt Melkert Sharon Dijksma of Ferd Crone op je dak. Alsjeblieft! Geen standpunt innemen dat buiten de mainstream valt". 'Dat klopt absoluut niet', reageert Dijksma fel. 'Een aantal mensen dat in M uitspraken deed, zit zelf in het fractiebestuur. Dan denk ik: als je wat hebt, meld het dan daar. Ik ben echt niet iemand die collega's gaat vertellen wat ze wel of niet moeten doen.' In datzelfde artikel komt een passage voor waarin Thanasis Apostolou in de fractie kenbaar maakt religieuze bezwaren te hebben tegen een euthanasiewetsvoorstel. "…Sharon Dijksma is er 'helemaal niet aan toe' om op wat voor manier ook ruimte te geven voor een tegenstem." Maar als er nou één onderwerp is waarbij iemand recht heeft op een eigen mening, dan is het toch euthanasie? 'Maar dat recht heeft-ie toch ook genomen? Waar het om gaat is dat hij al een paar keer bij andere onderwerpen -bijvoorbeeld het homohuwelijk- had gezegd: ik stem tegen. Dan zeggen mensen uiteindelijk: nu mag hij niet meer tegenstemmen. Ik zeg op zo'n moment dat ik er nog niet aan toe ben. Dat zegt niets over of ik vind dat hij wel of niet mag tegenstemmen.' Jij vond het wel prima dat hij tegenstemde? 'Ik heb zelf ook weleens tegengestemd. Maar als je tegenstemt moet je wel met argumenten komen. Dat deed Apostolou op dat moment niet.' Als je geweten je argument is, is dat toch genoeg? 'Nou ja, dat zou kunnen. Maar het is toch niet raar om daar met elkaar een discussie over te hebben?' Uit het stuk blijkt: fractiediscipline voor alles. 'Als wij nou zo'n gedisciplineerde, harde fractie zouden zijn, waarom zouden we dan een buitenstaander drie weken overal bij laten zijn? Het is een experiment geweest, dat beter had kunnen uitpakken. Maar laten we ervan leren.'
'Het verbaasde mij erg dat Ronald Plasterk riep dat ik vast niet zou huilen als ik geen voorzitter zou worden. Mensen vinden mij blijkbaar nogal kil. Terwijl ik juist heel emotioneel ben. Ik kan echt huilen, of heel erg boos worden. Laatst nog, in het telefoongesprek met Schelto (Patijn) waarin hij vertelde dat hij weer erg ziek is, toen moest ik ook huilen. Ook omdat hij zich in alle mogelijke bochten wrong om zich te verontschuldigen dat hij nu niet kon waarmaken wat-ie beloofd had. Ik dacht: in godsnaam, zeg dat niet. Niet doen. Maar ik ben een Groninger, ik loop niet met mijn emoties te koop.' Ze herkent zich 'absoluut niet' in het beeld van harde carrièrejager. 'Onzin. Ik ben ambitieus. Mág het misschien? Waarom mag ik dat niet zijn en anderen wel? Wat is dat voor rariteit? Waarom vraagt Paul Witteman aan mij: "wat doet een leuke jonge vrouw in een partijbestuur?". Aan een man vraagt-ie dat niet. Vrouwen worden veel sneller als heksen afgeschilderd.' En haar uiteindelijke streven is echt niet zo hoogdravend als mensen denken. 'Je kunt niet je leven lang in de politiek zitten. Ik zou uiteindelijk graag naar het buitenland willen, werken voor een ontwikkelingsorganisatie of op een ambassade. Daar, in zo'n dorpje in de rimboe, zie je dagelijks de resultaten van je werk.' En ze wil moeder worden, over een paar jaar. 'Omdat ik gezien heb aan mijn band met mijn eigen familie hoe belangrijk dat is.' Op dit moment is politiek nog het belangrijkste in haar leven. Dat is ook niet gek, gezien haar achtergrond. Haar leven zou heel anders verlopen zijn als haar vader niet was overleden, vermoedt ze. 'Ik zou vast geen Kamerlid geworden zijn. Eerder iets in de advocatuur. Mijn leven zou zeker gestructureerder zijn verlopen. Doordat je heel veel verloren hebt, vertoon je toch een soort compensatiegedrag. Een grote drang om andere dingen juist goed te maken. Onbewust, om dat verlies op te vangen. Dat zie je vaker bij politici. Wat je hebt verloren wil je opvullen; met je eigen verhaal, je eigen dingen en daden. Ik wil mij bewijzen, ook tegenover m'n moeder. Ik wil dat ze iets heeft om trots op te kunnen zijn. Ze heeft ons er in haar eentje doorheen moeten trekken. Ik wil haar laten zien dat het niet voor niets is geweest. Politiek op zichzelf maakt nog niet gelukkig, maar geeft wel voldoening. Het idee dat je iets kunt betekenen. Dat je, als je doodgaat, ook nog iets hebt gedaan dat niet alleen met jezelf te maken had.' © Coen Verbraak, 2001 |
|