In de gang naar zijn werkkamer op het stadhuis van Tilburg hangen aan weerszijden de geschilderde portretten van zijn voorgangers. Twee eeuwen Tilburgs burgemeesterschap, vastgelegd in olieverf. Hij heeft er weleens over gedacht om voor de grap naast Gerrit Brokx het schilderij van zichzelf op te hangen, dat-ie kreeg bij z’n afscheid van de FNV. Kijken of iemand het zou merken. ‘Maar dat zou in de huidige situatie een beetje wrang zijn’, taxeert Johan Stekelenburg. ‘Je komt hier pas te hangen als je geen burgemeester meer bent.’
Hij is twintig kilo afgevallen. Zijn hoofd is nog vrijwel kaal van de chemokuren, maar in de bruine ogen dansen alweer kleine lichtjes. Sinds een paar weken is Stekelenburg (61) weer aan het werk. Thuis zit-ie toch alleen maar te piekeren, voelt hij elk pijntje. Hier kan hij zich naar hartelust storten op vergaderingen, dossiers en inspraakprocedures.
Half december vorig jaar kreeg hij pijn bij het slikken. ‘Elke hap ging voelbaar ergens langs.’ Eind december besloot hij toch ‘ns langs de huisarts te gaan, begin januari werd er een röntgenfoto van z’n keel gemaakt. Foute boel; er bleek een tumor van zo’n zes centimeter in z’n slokdarm te zitten. Er werd een monster genomen, dat vervolgens onderzocht werd. Drie dagen later had hij net de B & W-vergadering geopend toen hij werd weggeroepen naar z’n werkkamer: de internist aan de telefoon. ‘Die vertelde dat het een kwaadaardige tumor was. Hij wilde dat ik nog dezelfde middag langs zou komen. Dan stort alles in.’ Hij belde z’n vrouw, maar ging daarna toch weer terug naar B & W om de vergadering af te maken. Zo rationeel is-ie wel. ‘Als ik het middenin die vergadering had verteld, hadden we net zo goed direct op kunnen houden. Pas aan het einde heb ik verteld wat er aan de hand was. Dat was een dramatisch moment. Verslagenheid alom. Ik had zelf ook een gebroken stem.’
‘Als je zo’n mededeling krijgt houdt de toekomst even helemaal op. De grote vraag was: is het te opereren? Er flitst van alles door je hoofd. Je weet dat je slokdarm eruit moet. En wat heeft dat dan voor gevolgen voor ’n Bourgondiër als ik? Je kunt nooit meer eten zoals daarvoor. Je wordt verscheurd door duizend vragen.’ Voor de buitenwereld speelde op datzelfde moment maar één prangende vraag: wie is de PvdA-kandidaat voor het premierschap? Johan Stekelenburg of Job Cohen? Een paar dagen voor de uitslag van het onderzoek was Stekelenburg gepolst door Wouter Bos en Ruud Koole. Of hij bereid was tot een gesprek. ‘Mijn primaire reactie was: ik zit hier prima in Tilburg. Maar ik wilde best over een gesprek nadenken. Na lang beraad met Heleen (z’n vrouw) besloot ik dat ik wel wilde praten.’ Dat is nog niet hetzelfde als “ja” zeggen, benadrukt Stekelenburg. ‘In dat gesprek had op z’n minst de verhouding met Wouter Bos aan de orde moeten komen. Iemand die zo sterk wordt, maar toch als partijleider in de Kamer blijft… wat betekent dat in de verhouding met de minister-president? Wat voor rol speel je dan? Moet de premier bij wijze van spreken regelmatig bij de partijleider te biecht over wat wel en niet mag? Over die dingen had ik het willen hebben.’ Hij werd op donderdag 9 januari gevraagd, op maandag 13 januari moest hij Koole en Bos melden dat hij ziek was. Nog bijna een week voordat Bos op zondag 19 januari bekend zou maken wie de PvdA-kandidaat voor het premierschap zou worden. Bos en Koole verzochten Stekelenburg nadrukkelijk om z’n ziekte tot die datum voor de buitenwereld te verzwijgen, om ‘electorale redenen’. Stekelenburg: ‘Het eerder meedelen dat ik uit de race was, zou de druk op Cohen veel groter hebben gemaakt. En ik wilde zelf ook liever wachten tot na de operatie.’
Er volgde een surrealistische week. Oog in oog met kanker, maar niemand die het weten mocht. ‘Een paar dagen later heb ik onderweg naar het AMC toch Job Cohen gebeld. Die wist nog van niks.’ Het was een kort, maar buitengewoon emotioneel gesprek, zegt Stekelenburg. ‘Ik hoorde Job wel twintig keer achter elkaar vloeken. Hij schrok zich helemaal te pletter. Ook omdat hij zich waarschijnlijk realiseerde dat-ie nu zelf geen “nee” meer kon zeggen. Tot dat moment konden we steeds naar elkaar verwijzen.’ Stekelenburg denkt er nog regelmatig aan terug. Hij ziet zichzelf ook nog de zaterdag daarop bij het korpsbeheerdersberaad zitten, naast Job Cohen. Omstuwd door camera’s en fototoestellen. Niemand kon op dat moment bevroeden dat er een navrant toneelstukje voor twee heren werd opgevoerd, die samen een bitter geheim bewaarden. ‘Ze wisten dat er de volgende dag een persconferentie van Wouter Bos zou komen. Veel mensen dachten dat ik de grootste kans zou hebben, en probeerden dat vervolgens aan de geringste mimiek af te lezen. Terwijl Job en ik de enigen in die zaal waren die wisten wat er aan de hand was. Bizar, echt volslagen bizar.’
Dat maakte die eerste week nog veel ingewikkelder, nu Stekelenburg er zo op terugkijkt. Helemaal de zondag van de persconferentie. Stekelenburg zou de volgende dag het ziekenhuis ingaan voor de operatie. Hij had z’n twee zoons en z’n kleinkinderen op bezoek. ‘Ik hechtte eraan om die dag bij m’n familie te zijn. Het was toch allemaal erg geladen. Het is een zware operatie. Je neemt voor je gevoel toch een beetje afscheid.’ Opeens stond er een televisieploeg voor de deur. Het zou zo leuk zijn om Stekelenburg te kunnen filmen terwijl hij naar de persconferentie van Bos op televisie keek. ‘Dat kon ik op dat moment niet opbrengen. Ik heb gezegd dat ik dat niet wilde, maar dat ik wel na afloop even wilde reageren. Nadien heb ik gezegd dat ik heel tevreden was met de keuze voor Job Cohen. En nee, ik was niét teleurgesteld. Echt niet? Nee, echt niet.’ Glimlachend: ‘Het contrast is op dat moment zo wonderlijk; iedereen is opgewonden over die kandidatuur, terwijl jij inmiddels met zulke totaal andere dingen bezig bent.’
De operatie verliep voorspoedig. Hij kan zich nog het moment herinneren dat-ie na afloop voor het eerst heel even bijkwam. ‘Ik lag in een intensive care-bed, Heleen was er en mijn oudste zoon. Toen heb ik even voorzichtig met m’n hand gezwaaid (hij imiteert de wuivende hand van Pim Fortuyn vanuit diens Daimler) en gefluisterd: ik word niet de minister-president van Nederland. Daarna zakte ik weer weg.’ Stekelenburg werd in het ziekenhuis overstelpt met reacties. Van hartverwarmende kaarten van gewone Tilburgers tot ‘een ongelofelijk aardige brief’ van Youp van ’t Hek. Z’n herstel verliep goed. Half maart zou hij weer voorzichtig aan de slag gaan. Met carnaval besloot hij even de stad uit te gaan, naar een hotel in Arnhem. Daar begon hij zich plotseling weer doodziek te voelen. Ach, het zou wel een griep zijn, dacht-ie zelf. Wie net kanker heeft overleefd, kan wel wat hebben. Toen hij zich toch maar bij het ziekenhuis meldde, werd er voor de zekerheid een CT-scan gemaakt. ‘Na afloop riep die arts mij bij zich. En toen hoorde ik goddomme dat er forse uitzaaiingen waren; in mijn lever, m’n buik en rond m’n slokdarm. Dan stort de wereld voor de tweede keer in elkaar. Echt veel erger dan de eerste keer. In die eerste situatie hoorden we al snel dat het operabel was. Het was lastig, maar wel goed te doen. Bij de tweede keer sloeg de wanhoop toe: oh mijn God, ik heb kanker in mijn lijf, hoe moét dit nou? Opeens flitst door je kop dat het nu menens is, en dat je misschien niet lang meer leeft. Een verschrikkelijk moment. Daar zit je dan, alleen. Heleen was er niet bij. Die zat net in de trein op weg naar huis. Ik wilde haar tijdens de reis niet bellen, omdat ze onderweg toch niets kon doen. Ik ben naar huis gereden, totaal verdoofd. Toen ze thuiskwam heb ik het verteld…. Ja, dat was natuurlijk een drama. Alletwee janken. We hebben heel lang gepraat. Voor het eerst hebben we het over de uitvaartsdienst gehad. Hoe gaan we dat doen? Heel raar misschien, maar ik voelde me zo beroerd dat het einde op dat moment niet langer abstract leek. Het gekke is dat het enorm oplucht. Je praat er samen over, jankt er samen over, en na afloop stel je vast dat je best ook weer kunt lachen.’
‘Ik vind wel dat artsen je vaak vooral over de bedreigingen en de risico’s vertellen en te weinig over je kansen. De internist vroeg me of ik een chemokuur wilde. Helpt dat dan? Wellicht, maar het kon ook slecht zijn voor m’n conditie. Ik vroeg: maar biedt het ook kansen? Ja, dat zou kunnen. Maar het kan dus ook over vier weken afgelopen zijn? Dat ontkende ze niet. Heleen werd een beetje kwaad, en vroeg: “als u het nou zelf zou hebben, zou u dan zo’n kuur nemen?” “Dat weet ik niet”, zei de dokter. “Dat is niet relevant.” Daar schiet je dus niets mee op. De keer daarop heb ik gezegd: ik waardeer uw eerlijke voorlichting, maar als ik een kans héb, dan wil ik dat u mij die ook gééft. Ik wil over die káns praten, niet over de gevaren.’
Hij heeft sindsdien een aantal kuren gehad. Ze slaan tot nu toe goed aan. ‘Het rare is: ik voel me niet moe, heb geen pijn.’ Op z’n borstkas kloppend: ‘Maar het zit hier wél. Je houdt momenten van twijfel: ben ik niet te optimistisch? Slokdarmkanker biedt overlevingskansen die niet vrolijk stemmen: twintig procent overleeft de vijf jaar. Maar waarom zou ik niet bij die twintig procent horen? Daar bijt ik me in vast.’
De politiek heeft hij tijdens z’n ziekte op de voet gevolgd. Stekelenburg heeft het mislukken van de besprekingen tussen de PvdA en het CDA ‘werkelijk met stijgende verbazing’ gadegeslagen. ‘Ik was verbijsterd over het feit dat ze er maar niet in slaagden om met elkaar een goede sfeer te kweken. Er is veel te weinig geïnvesteerd in goede verhoudingen. Onderhandelingen zijn vooral succesvol als mensen elkaar ook mógen. Ik heb in m’n FNV-tijd heel wat onderhandelingen gevoerd, soms zeer scherp, maar als je de ander waardeerde was er een grote kans op succes. Op dat terrein hadden we binnen de partij de onderhandelaars beter moeten instrueren. Die bijtertjes van de PvdA –Ferd Crone en Jet Bussemaker- zijn natuurlijk niet de makkelijksten. Joop Wijn (CDA) is evengoed een fel kikkertje, en Verhagen kun je ook niet echt verdenken van veel sympathie voor de PvdA. Er zijn genoeg momenten geweest waarop Bos en Balkenende hadden moeten zeggen: jongens, nu even allemaal ophoepelen, wij gaan samen een biertje drinken. Dan kun je veel meer van elkaar hebben, zijn conflicten over cijfertjes makkelijker oplosbaar.’ En ja, misschien heeft het gebrek aan ervaring ook wel meegespeeld, denkt Stekelenburg. ‘Tijdens de formatie sprak ik een keer met Bert de Vries. Die zei: “volgens mij hadden wij het samen allang opgelost, Johan”.’
Hij vindt het ‘oprecht jammer’ dat de PvdA niet in de regering is beland. Het was zeker niet te vroeg voor de PvdA om na het verkiezingsdrama van vorig jaar alweer te gaan regeren, vindt Stekelenburg. ‘Je kunt wel zeggen: we moeten eerst alle interne problemen oplossen, maar een politieke partij is toch niet op aarde om zich op z’n eigen sores te concentreren.’ Hij zag het debacle van vorig jaar tandenknarsend aan. ‘Vooral omdat er in de campagne totaal geen ruimte was om ook andere gezichten in te zetten. Pas helemaal aan het slot, toen Melkert in de polls zo verschrikkelijk zakte, kwam daar ruimte voor. Toen werd afgesproken dat ook anderen –waaronder ik- regelmatiger in de publiciteit zouden komen. Dat ging uiteindelijk niet door vanwege de moord op Fortuyn.’
Hoe kon het dat alle kaarten op Melkert werden gezet, terwijl er in de partij genoeg aansprekende andere mensen waren?
‘Dat is de grote vraag. Als je toch ziét hoe Melkert destijds is aangewezen: Kok pushte z’n eigen opvolger, terwijl niemand daar vraagtekens bij plaatste. Er zijn wel discussies geweest of er geen ander moest komen. Ik ben er ook voor gevraagd. Er waren grote voorstanders. Maar er waren ook mensen binnen de partij die vonden dat ik met m’n commissariaten geen uitstraling van een betrouwbare sociaal-democraat zou hebben. Terwijl ik voor al die commissariaten ben gevraagd door ondernemingsraden.’
Het rare is dat Kok u altijd op afstand leek te houden, terwijl u in polls over het premierschap altijd heel hoog scoorde. De eeuwige reserve-premier.
‘Nou ja, de relatie Kok-Melkert was veel intensiever. Bovendien hebben ze een beetje dezelfde manier van opereren. Dus ik snap heel goed dat-ie niet aan mij dacht.’
Het verhaal gaat dat Melkert beducht was voor partijgenoten met een sterk appeal. Om die reden zou hij Cohen ook graag naar Amsterdam hebben zien vertrekken.
‘Dat zou mij niets verbazen. Ik zou zelf nooit in zulke termen denken. Een goede partijleider wil sterke mensen juist aan zich binden. Daar kun je kracht uit halen.’
U lijkt er nog verontwaardigd over.
‘Ach, ik was vooral behoorlijk verontwaardigd over de argumentatie. Ik vond het prima dat Melkert partijleider was, totdat die desastreuze ontwikkeling zich begon af te tekenen. Dat gemeenteraadsdebat was een catastrofe. Daar zijn alle fouten gemaakt die iemand maar kan maken. Dat komt omdat Melkert zulke dingen niet goed aankan. Daar was-ie –helaas- zichzelf. Ik durf rustig de stelling aan dat ik in zo’n situatie die fouten niet gemaakt zou hebben. Wanneer je iemand in zo’n debat wilt bestrijden, doe je dat niet door jezelf onsympathiek te maken. Dan moet je ‘m gelukwensen, een beetje paaien en aaien.’ Maar eerlijk is eerlijk, Melkert was ook degene die ‘m na z’n operatie belde vanuit Washington. ‘Hij kan in persoonlijke contacten heel charmant en plezierig zijn. Alleen komt dat er in publieke contacten nauwelijks uit. Dat heeft ‘m genekt.’
Hij is positief gestemd over de toekomstkansen van zijn partij onder Wouter Bos. ‘De lakmoesproef is: slagen we erin om het succes van januari te verankeren. Als ik naar het huidige kabinet kijk zit de zwakke schakel toch in de sociale hoek van het CDA. Als ik oppositieleider was, zou ik daar maximaal op inzetten. In die linkervleugel van het CDA zit de achilleshiel van dit kabinet. En de FNV zou eigenlijk dezelfde kaart moeten spelen.’ Ik vraag hoe hij op dit moment over de vakbeweging denkt. Ach, hij heeft zich sinds zijn vertrek bij de FNV voorgenomen daar geen uitspraken over te doen. Zijn opvolger De Waal doet het goed, analyseert Stekelenburg. ‘Al verbaasde het mij dat-ie zo verschrikkelijk hard was over wat PvdA en CDA aan het doen waren, en veel minder hard over CDA, VVD en D’66. Waarschijnlijk vindt-ie dat je vrienden harder moet kastijden dan anderen.’
Stekelenburg zegt zich grote zorgen te maken over de consequenties de de plannen van het nieuwe kabinet voor veel Nederlanders zullen hebben. ‘Je mag mensen best op hun eigen verantwoordelijkheden wijzen. Maar als je voor de zwakkeren geen stevig vangnet maakt, laad je als kabinet erg veel verantwoordelijkheid op je. Wat betekent het vragen van een eigen bijdrage in de ziektekosten voor mensen die niks te makken hebben? Ik vind dat erg riskant. Niemand kan ervoor weglopen dat er economisch iets aan de hand is. De vraag is alleen: bestrijd je dat met een sterk restrictief beleid dat de economie dempt of kies je voor beleid dat mensen stimuleert? Balkenende vergeleek z’n plannen met het beleid van Lubbers in 1982. Een misplaatste vergelijking. Het beleid van Lubbers was inderdaad restrictief. Dat leverde ook nauwelijks iets op. Gedurende de jaren tachtig is de economie sterk achtergebleven. Pas eind jaren tachtig kwam er meer lucht onder Lubbers-Kok. Omdat dat beleid veel minder beperkend was. Toen draaide het niet alleen maar om bezuinigen, maar ook om stimuleren. Da’s nogal een verschil.’
Hij is sinds kort fractievoorzitter van de PvdA in de Eerste Kamer. Daar mag het voor hem bij blijven. In Tilburg zit-ie in een warm bad. ‘Ik voel me welkom, heb hier m’n sociale contacten. Als burgemeester kun je echt iets doen voor mensen. Al blijf je altijd een passant. Je maakt dingen af die je voorganger in beweging heeft gezet, en jij bereidt projecten voor die je opvolger pas zal voltooien. Het is niet interessant om te zeggen: kijk, die toren is neergezet door Johan Stekelenburg. Ik heb liever dat mede dankzij mij de stad wat leefbaarder is geworden.’ Hij denkt alweer voorzichtig vooruit. De toekomst bestaat voor hem niet langer uit dagen en weken, maar uit maanden en misschien jaren. ‘In dit vak praat je natuurlijk vaak over projecten die pas in 2005 of 2015 klaar zijn. Er zijn momenten dat ik denk: verdomme, bén ik er dan nog wel? Dat zijn angstige gedachten. Daarom ben ik ook zo blij om weer te werken. Als ik hier een dag zit te vergaderen, denk ik er maar heel af en toe aan. Dan heb ik eigenlijk maar één keer per uur even kanker.’
Johan Stekelenburg overleed op 22 september 2003. Hij werd 61 jaar.
© Coen Verbraak, 2003
|