Hij had net in het RTL-nieuws van zes uur vanuit het Kurhaus verslag gedaan van het verloop van de verkiezingscampagne. Tien over zes, oortje uit, tijd om snel even te eten. Dus spoedde Frits Wester (40) zich met de cameraploeg en regisseur Bert van der Veer naar de eetzaal, richting warm buffet. Wester had nog maar net een bord gepakt toen zijn mobiele telefoon ging. Het was z’n eindredacteur: “Pim Fortuyn schijnt neergeschoten te zijn.” Ook nu Frits Wester het vertelt lijkt hij het nog maar amper te geloven. ‘Ik rende naar Bert. “Pim Fortuyn is neergeschoten!” En Bert riep tegen de cameraploeg: “eten laten staan. Direct aan de kanonnen!”. Ik had vrij snel Albert de Booij (de persoonlijk begeleider van Fortuyn) aan de lijn. Die zei: “Frits, het ziet er dramatisch uit. Ik heb z’n verwondingen gezien; dit kan niet meer goedkomen”. Even later kreeg ik een SMS-je dat Fortuyn overleden was. Het gekke was dat het nauwelijks tot me doordrong. Dat kwam pas toen ze naar me overschakelden, en ik zei: ik krijg zojuist het bericht dat Pim Fortuyn is overleden. Dat vond ik zó’n lastig zinnetje om uit te spreken… Ik had letterlijk de tranen in mijn ogen.’ Hij was niet de enige. Iedereen was verschrikkelijk van slag, zegt Wester. En nóg. ‘Alles is op slag achterhaald, belachelijk en onbelangrijk geworden. Henk van Dorp zei dat heel mooi: “ik heb het gevoel dat er iemand anders in mijn lijf zit. Iemand die ik een stuk onaardiger vind dan mezelf”.’
De zaterdag voor de moord was Fortuyn nog even langs geweest in het Kurhaus. Wester had hem gevraagd of hij de redactie nog even het voorwoord kon faxen dat Bolkestein schreef voor Fortuyns boek over Europa. Was dat even toevallig… Fortuyn en De Booij waren net van plan om die avond in het Kurhaus-restaurant te eten. Ze zouden dat voorwoordje wel even langsbrengen. ‘Ik heb toen met Frits (Barend), Henk (van Dorp) en Jan (Mulder) nog een hele tijd met ‘m zitten kletsen. In dat gesprek zei hij nog dat hij zich bedreigd voelde. Verder was het een uiterst plezierige en ontspannen ontmoeting. Dan is het zo onvoorstelbaar dat die man twee dagen later … Niet zo gek toch dat je dan even breekt? Niemand weet hoe hij hiermee moet omgaan. Domweg omdat geen politicus of journalist dit eerder heeft meegemaakt. Ik was echt onder de indruk van de gigantische aangeslagenheid van Melkert, vlak na de moord. Grauw, bleek, fysiek zichtbaar onwel van ellende. Vergeet niet dat die mensen nog de dag daarvoor met ‘m zaten te debatteren. Ondanks zo’n debat was het dan tussendoor best gezellig.Er is iets voorgoed voorbij. Er heerst angst, onzekerheid en voorzichtigheid.’
Die voorzichtigheid beperkt zich niet tot de politici. Tijdens ons gesprek, op de boulevard van Scheveningen, zijn we niet alleen. Er lopen voortdurend mannen in zwarte pakken om ons heen, die duidelijk niet zijn gekomen voor de zeelucht. De RTL-leiding heeft besloten Wester en zijn collega’s vierentwintig uur per dag te beveiligen. Dat is minder overdreven dan het lijkt. Net die ene keer dat Wester diep in de nacht tegen de beveiliging zei dat-ie nu wel alleen in de taxi naar huis zou gaan, kreeg hij in z’n voortuin klappen van twee onbekenden. Hij maakt er zelf geen drama van, maar bedreigend is het wel. ‘Je kent het voorbeeld van Hans Laroes (de Journaalverslaggever die ooit werd neergestoken). Zodra het zich op de media richt moet je als televisiejournalist oppassen. Krantenjournalisten zijn meestal anoniem. Maar als ze bekende koppen uitzoeken, weet je wel bij welke vijf ze uitkomen.’
De verkiezingen hadden volgens Wester misschien beter uitgesteld kunnen worden. ‘Al was het maar twee weken geweest, om weer een beetje in ons normale doen te komen. Wat vast staat, is dat deze verkiezingsuitslag niet de échte uitslag is, maar een afgeleide uitslag. Als Pim Fortuyn nog geleefd had, had hij zeer wel als grootste uit de bus kunnen komen. Het CDA heeft nu een belangrijk deel van de Fortuyn-aanhang naar zich toegehaald.’
Was Fortuyn een serieuze premierskandidaat?
‘Ik zou niet op voorhand “nee” zeggen. Ik heb respect voor Melkert, Dijkstal en Balkenende. Maar moeten we die als premier serieuzer nemen? Dat lijkt mij niet.’
Fortuyn wordt nu groter gemaakt dan-ie wás.
‘Ja, dat is onvermijdelijk. Ook middelmatige rocksterren groeien door zo’n dood boven zichzelf uit. Zo werkt mythologisering.’
Is Fortuyn werkelijk gedemoniseerd?
‘Ja. Op onderdelen wel. Mensen vergeleken hem met Mussolini, plaatsten hem op één lijn met Haider en Le Pen. Na dat Volkskrant-interview verwees Dijkstal naar het Nazitijdperk en kwam Thom de Graaf aanzetten met Anne Frank. Als je goed las wat-ie werkelijk zei, ging het niet om artikel 1 van de Grondwet. Fortuyn zei: “als je in Nederland voortdurend elke discussie doodslaat door bij het minste geringste naar dat artikel 1 te verwijzen, dan kun je dat net zo goed schrappen”. Dat is iets heel anders.’
Het klinkt alsof Fortuyn een heel reële politicus was. Maar er was toch echt behoorlijk wat op hem aan te merken.
‘Zeker. Die hele cultus die die man om zich heen optrok, compleet met schilderijen van zichzelf, was op z’n minst wonderlijk. Maar er is een karikatuur van ‘m gemaakt.’
Na de demonisering krijg je nu de iconisering van Fortuyn.
‘Dat is een gevaar. Je moet met de mensen die zijn ideeën verder dragen een open debat over die ideeën blijven voeren. Omdat hem iets vreselijks is overkomen zijn die ideeën natuurlijk niet opeens allemaal geweldig.’
Een open, feitelijke discussie daarover is door die moord bijna onmogelijk geworden.
‘Het moeilijke is natuurlijk dat “de man van die ideeën” er niet meer is. De mensen van de LPF zullen hun eigen ideeën moeten uitbouwen op zijn fundament. Als die ideeën niet verder ontwikkeld worden is het over. Dan zie ik absoluut geen toekomst voor de LPF.’
Een CDA-VVD-LPF-coalitie zal in elk geval zorgen voor een levendig debat in de Kamer, verwacht Wester. ‘Zo’n kabinet zal steeds op zoek moeten naar wisselende meerderheden. Dat maakt de rol van de oppositie ook veel interessanter. De afgelopen jaren onder Paars werd er in het kabinet zelf een compromis gesmeed, dat tijdens het debat in de Kamer alleen nog even afgezegend hoefde te worden. Dat was tamelijk saai. Een voetbalwedstrijd waarvan de uitslag vooraf al vaststaat, is niet interessant. Je wist bijna altijd dat het 3-0 zou worden; drie voor de coalitie en nul voor de oppositie. Die tijden zijn voorbij. Dit kabinet zal op veel grotere afstand van de Kamer moeten staan.’
Frits Wester werd geboren als jongste in een gezin van twee kinderen. Tot z’n zevende woonde hij in Veenendaal, later verhuisden ze naar Alkmaar. Een hecht en degelijk gezin, gereformeerd, ‘maar niet heel erg streng’. Zijn vader was afdelingshoofd bij de Sociale Dienst. Een rustige, bescheiden man, zegt Wester. ‘Iemand die altijd risico’s meed. Hij kwam zelf uit een gezin waar weinig mogelijkheden en kansen waren. Een broertje overleed, een ander werd geboren zonder oren, neus en jukbeenderen. Toen mijn vader achtendertig was zijn z’n broer en zijn ouders overleden aan kolendampvergiftiging. Hij praat er niet veel over, maar het heeft z’n leven bepaald. Daar kwam dat risico-mijdende ook vandaan. Altijd voorzichtig zijn en koesteren wat je hébt.’ Z’n ouders waren actief in school- en kerkbestuur. Zo moet ook het idee ontstaan zijn om op die vijfde januari 1979 een afspraak voor hun zoon te maken met de secretaris van het CDA in Alkmaar. ‘Die zocht jongeren om een plaatselijke afdeling van het CDJA op te richten.’ Wester had al snel de smaak te pakken. Op z’n tweeëntwintigste maakte hij al deel uit van een kleine dertig besturen, van drugshulpverleningsprojecten tot oesterzwamkwekerijen voor werkloze jongeren. Hij raakte er ‘nogal geëngageerd’ door. ‘Ik was zeer bezig met abortus, euthanasie, werkloosheid en kruisraketten’.
Wat hij als “geëngageerde jongen” dan uitgerekend bij het toch wat duffe CDA te zoeken had? Ach, het was misschien een automatisme van huis uit, analyseert hij. ‘En het ging tegen de jongerenstroom in.’ Hij werkte een paar weken als chauffeur van Bert de Vries, en kwam daarna in dienst bij de Afdeling Voorlichting van het CDA. In ’86 en ’89 begeleidde hij de campagne van Bert de Vries. Nadien kwam Wester terecht bij Elco Brinkman. ‘Het klikte enorm tussen ons. Dat jongensachtige van Brinkman vond ik prachtig.’
Hij droomt nog weleens van de desastreus verlopen Brinkman-campagne van 1994. ‘Wat me heel lang niet heeft losgelaten is de manier waarop ons de boel uit handen is geslagen door allerlei intern gesodemieter. Tussen Lubbers en Brinkman, tussen de oude en de nieuwe garde. Die enorme onbetrouwbaarheid. Eerst heft een partij iemand op het schild, vervolgens laten ze ‘m vallen.’
Het verwijt aan jouw adres was dat de campagne totaal niet aansloot bij de partij en bij Brinkman. Veel te Amerikaans, te arrogant.
‘Wat is er Amerikaans aan een interview met Brinkman in Margriet of Libelle? De lijsttrekkers staan nu zelfs in de roddelbladen. De helft van de campagne is bewust stukgemaakt door het partijbureau. Het CDA snapte gewoon niet dat je campagne voert voor de mensen die nog niet op je stemmen. Ik zei bij een zaaloptreden: kan dat gristelijk gemengd koor er alsjeblieft uit? Want dat bevestigde het oubollige beeld. Nee, want dat vonden de mensen in de zaal zo leuk. Tegen dat soort muren liep ik op.’
‘Van Lubbers heb ik nooit kritiek gehoord. We zaten iedere week bij hem op het Catshuis, ik ging regelmatig woensdagmiddag bij ‘m op de thee. Nooit heb ik gehoord: je bent fout bezig. Later moest ik horen dat-ie een briefje had gestuurd: “kan die Wester er niet uit?”. Zo ontzettend achterbaks. Zo is-ie ook met Elco omgegaan; nooit open kaart spelen. Brinkman moest op de avond van de verkiezingen horen dat Lubbers zich kandidaat stelde voor Europa (voor het voorzitterschap van de Europese Commissie).’ Zich duidelijk opwindend: ‘Wat zíjn dat voor manieren?’
‘Het is eigenlijk misgegaan rond de WAO, in het voorjaar van ’93. Toen hebben ze Brinkman laten vallen op een manier waar de honden geen brood van lusten. Eerst was er een akkoord met de VVD, daarna werd-ie gedwongen om toch weer met (coalitiegenoot) PvdA te gaan praten. In de ogen van de buitenwereld was Brinkman daarmee een draaikont. Voor Lubbers was de coalitie heilig. Daar offerde hij zijn eigen lijsttrekker aan op. Ik weet het nog precies: na afloop hebben we bij Lubbers thuis nog een borrel gedronken. Daarna bracht ik Elco terug naar Leiden. Het donderde en bliksemde, terwijl we allebei zwegen. Omdat we wisten: “Nu is het kapot, dit wordt niks meer..Dit krijg je nooit uitgelegd”. Elco heeft later gezegd: “ik had het toen hard moeten spelen, en het kabinet moeten laten vallen”. Maar de CDA-ministers weigerden te kiezen voor hun nieuwe man, terwijl ze ‘m eerst zelf hadden aangesteld.’
De campagne zelf sloeg ook absoluut niet aan.
‘Nu ik erop terugkijk zou ik dingen anders hebben gedaan. Ik had veel harder met deuren moeten slaan. Ik ben wel razend geweest op Bert de Vries en Enneüs Heerma over een interview in Vrij Nederland. Begonnen ze opeens over Brinkmans presentatie te zeuren. Dat was een dolksteek in z’n rug. Net als wat Ruud Koole laatst deed met Melkert. Dat is zo ongelofelijk stom, zo deloyaal. Als je op dit niveau functioneert moet je weten wat de effecten van zo’n tussenzinnetje zijn. Dit was hét bewijs dat politicologen die op de universiteit doceren zelf de praktijk lang niet altijd snappen.’
Hij spreekt Brinkman nog regelmatig. Altijd als ze elkaar spreken is er ‘een gevoel van vertrouwen en vriendschap’, zegt Wester. Ze delen de gezamenlijke herinnering. ‘Het was een prachtige tijd, een schitterend jongensboek. Jammer alleen dat het laatste hoofdstuk slecht afliep. Elco is een enorme binnenvetter, maar ik heb hem die laatste maanden verschrikkelijk zien lijden. Hij werd steeds eenzamer, keerde steeds meer in zichzelf. Ik heb ‘m regelmatig geëmotioneerd gezien.’ Ja, Wester was kwaad op Lubbers. Woedend zelfs. ‘Er was geen land met die man te bezeilen. Hans van der Voet (van de RVD) heeft weleens gezegd: “hij was niet meer toerekeningsvatbaar”. Wim Kok doet dat veel beter. De partij verkeert ook in grote problemen, maar Kok blijft loyaal aan Melkert.’
Achteraf was het voor Wester duidelijk dat de Lubbers’aversie tegen Brinkman mede gevoed werd door Beatrix. ‘Ze schijnt ooit gezegd te hebben: “dit land hééft al een kroonprins”. Lubbers en Beatrix zijn samen zeer intensief bezig geweest met de opvolging binnen het CDA, en met de toekomstige premier.’ Toch is het, bezweert hij, toeval dat Thom de Graaf zijn uitspraken over de modernisering van de monarchie juist in een interview met Wester deed. ‘Daar moet je toch een fatsoenlijke discussie over kunnen voeren? Die Koninginnedag is een soort intocht van Sinterklaas geworden. Het is de totale infantilisering van de samenleving. We kopen de halve Blokker leeg aan oranje rotzooi en staan als randdebielen te gillen voor Máxima. Het is een nationale soapcultuur geworden. Prima, maar laten we het dan ook zo beschouwen. Het koningshuis is puur entertainment. De vraag is of die mensen zichzelf nog serieus nemen. Het is prachtig als bindend middel in tijden van rampspoed, maar als het volk na de dood van Pim Fortuyn verweesd achterblijft, geeft de koningin eerst niet thuis. Pas na dagen komt er een reactie. Als er een achterneefje in de zesentwintigste graad overlijdt in Liechtenstein, dan betuigt Beatrix onmiddellijk haar medeleven.’
In het najaar van ’93 werd hij door Harm Taselaar, adjunct bij het RTL-nieuws, gepolst of hij belangstelling had om bij RTL te komen werken. Waarom ook niet? Na de periode Brinkman wilde hij toch weg bij het CDA. De overstap naar de journalistiek werd met grote hoon ontvangen. NOS-verslaggever Job Frieszo sprak van een ‘idiote benoeming’. Binnen de Haagse redactie van het RTL-nieuws brak een regelrechte revolte tegen Wester uit. Maar Wester manoeuvreerde aanvankelijk ook erg onhandig. In Hollands Dagboek in de NRC liet hij zich na zijn aanstelling terloops ontvallen dat hij “weer even met Elco” had gedineerd. En toen een aantal CDA-ers in een interne brief hun ongenoegen over de mislukte campagne uitten, belde de nieuwbakken journalist vervolgens naar het NOS-journaal om te benadrukken dat hij in tegenstelling tot alle geruchten niet in die brief genoemd werd. De kwestie werd door de RTL-leiding uiteindelijk in Westers voordeel beslecht. Zijn tegenstanders werden naar Hilversum overgeplaatst.
Wester heeft het die periode ‘donders moeilijk’ gehad. In Nieuwspoort werd hij door veel Haagse journalisten als een melaatse behandeld. ‘Het was echt een klotetijd. Maar zoiets maakt ook een enorme vechtlust los. En je leert jezelf heel goed kennen. Toen werd mij pas echt goed duidelijk dat ik niets met anderen deelde. Al die ellende verstouwde ik alleen. Ik dacht altijd dat ik zo extrovert was, maar ik bleek juist een enorme loner. Ik heb nooit iemand in vertrouwen genomen. Zelfs m’n eigen vrouw liet ik erbuiten. Ik ging liever hardlopen. Sprong nog maar ‘ns drie keer tegen die brug op, of over die zes vuilniszakken. Ik riep voordurend: “hoe het met mij gaat? Prima!” Op zeker moment nam Harm Taselaar mij apart. Hij zei: “Frits, dit gaat zo niet goed. Je moet echt je emoties laten zien”. Na dat gesprek liepen we de redactie op. Iemand had net frites gehaald. In plaats van iets tegen m’n collega’s te zeggen, riep ik: ha, frietjes! Zogenaamd vrolijk, en heel niets-aan-de-hand-achtig. Harm zei: “Godverdomme, nou doe je het wéér”. Toen ben ik echt gebroken. Ik heb ontzettend gehuild. Alle ellende kwam eruit. Daarna ging het een stuk beter.’
De kentering in de waardering kwam toen Wester in 1995 in beeld verslag ging doen van de IRT-enquete. ‘We deden die enquete anders dan de NOS. We hebben er direct fors op ingezet, dag in dag uit. Toen kwam er steeds meer de reactie: “die jongen kan wél iets uitleggen”. Daardoor verstomde de kritiek compleet.’
Inmiddels is hij een van de goudhaantjes in Den Haag, met prachtige primeurs op zijn naam – hij was bijvoorbeeld de eerste die de verloving van Willem-Alexander meldde. En, eerlijk is eerlijk, het was toen wel Job Frieszo die als eerste zijn voicemail insprak met felicitaties. ‘Ik zie dat ik in staat ben om journalistiek gezien een steen in de Hofvijver te gooien. Als ik op een persconferentie iets vraag aan Kok, merk ik toch een soort spanning. Regelmatig zie je zijn antwoord de dag daarna terug in de kranten.’ Wester wil voorlopig nog in Den Haag blijven. Het liefst bij de televisie.‘Ik ben een echte verhalenverteller. Ik vind het fantastisch om bij de val van het kabinet de kijker door zo’n dag heen te loodsen. Ondanks de grimmigheid van deze weken geniet ik nog steeds van politiek Den Haag. Alles wat je in soaps tegenkomt, zie je ook op het Binnenhof: idealisten, opportunisten, baantjesjagers en machtswellustelingen. Intriges, bedrog, hoogte- en dieptepunten… hier zie je alles. Den Haag is net het echte leven.’
© Coen Verbraak, 2002
|